Hallo,
Donderdagavond 3 augustus om 18.15u na 3085km en bijna 183 uur in het zadel arriveerde ik weer op de plek waar ik bijna 5 weken geleden ook vertrok. Heel veel ervaringen rijker, 3 kilo lichter en een vracht aan goede herinneringen maakten deze tocht meer dan de moeite waard. Het fietsen maakte mijn hoofd leeg om nieuwe ontmoetingen aan te kunnen gaan.
Ik heb genoten van alle facetten van de reis, de mensen, de omgeving, de natuur en het weer, de ups en de downs. Het meest blijft me bij hoe eenvoudig het leven kan zijn wanneer je het beperkt tot een paar basale zaken. Dan is zelfs een tegenslag iets om van te genieten. Het ervaren van het leven zonder die ervaring te labelen of te duiden maar enkel eenvoudigweg deze te ondergaan kwam mij na de derde week op pad toe. Dat zijn momenten geweest die mij rijker en sterker hebben gemaakt. Ik wens eenieder dezelfde rijkdom toe.
Voor volgend jaar wens ik mij weer een soortgelijke reis toe naar andere oorden. Van mijn ervaringen van de afgelopen weken hoop ik blijvend te kunnen profiteren.
In de komende weken zal ik mijn papieren logboek en de foto's toevertrouwen aan de digitale wereld. Zo hoop ik wat van mijn reis te kunnen delen.
Groet,
RobT
PS Voor de schaarse momenten dat ik onderweg een internet verbinding tot beschikking had, heb ik veel plezier beleefd en steun gehad aan jullie commentaren op mijn weblog, bedankt daarvoor. Ik hoop met mijn reisverslag ook nog te kunnen prikkelen tot repliek.
vrijdag 4 augustus 2006
donderdag 3 augustus 2006
Homebase
Dag 35 | Etappe 33 | Amersfoort | 69,3km | 3085,0km
![]() | ![]() |
Het regent al vanaf het moment dat we opstonden. Mireille opperde een paar keer dat mijn fiets best achter in haar auto kan en dat we dan gezellig samen naar Amersfoort kunnen rijden. Misschien nog wel met een toeristische tussenstop voor een foto van mij en mijn fiets. "In de regen zeker", antwoord ik een beetje cynisch. Veel zin om te fietsen heb ik niet, maar de laatste etappe niet rijden is mijn eer te na. Het plan om met de auto te gaan staat mij nog erger tegen. Rustig ontbijten we samen. Het is heerlijk om weer thuis te zijn en de dingen te doen die zo gewoon waren voor ik vertrok. Nu zijn ze bijzonder, ik geniet ervan. De onrust van het fietsen zit nog wel in mijn lijf. Na het ontbijt gaan we samen even de stad in. Ik geniet van het rondwandelen zonder verder ergens naar toe te hoeven. Het voelt goed om weer samen te zijn, ik voel me weer thuis. Onder het genot van een kopje koffie bij de Lux praten we bij over de afgelopen weken. Mijn fiets lijkt heel ver weg nu.
Wanneer we terug zijn in haar appartement ga ik gewoontegetrouw aan de slag met het opbreken van mijn tent, het inpakken van mijn spullen en het klaarmaken van mijn proviand. Ik kan me amper voorstellen hoe het is om dit niet meer te hoeven doen. Waar bestaat mijn leven vanaf morgen uit? De weersverwachtingen voor de komende week zijn slecht, het mooie en hete weer is echt voorbij, het heeft precies de julimaand aangehouden. Ik vermoed een hele natte augustus maand. Jammer, want ik had mezelf nog wel wat tochtjes zien maken in Nederland om geleidelijk af te kunnen kicken van deze lange tocht. Voor de lol in de regen fietsen doe ik alleen als er ook bedaarlijk gelachen kan worden om anderen die zich mateloos irriteren aan het nat worden. Zoals destijd in Hennef met Harrie. Alleen is er echt een stuk minder aan, aan het in de regen fietsen.
Om half drie fiets ik de Waalbrug over. Mireille zal tegen half vijf vertrekken zodat we tegelijkertijd in Amersfoort aankomen. We hebben nog een optie om samen een patatje te eten in Scherpenzeel, op tweederde van mijn route. Een bakje thuiskomfriet voor mij, 5 weken zonder is behoorlijk afkicken. Ik kies de Waalbandijk tot Dodewaard om dan via Opheusden en Kesteren naar de brug bij Rhenen te rijden. Ondanks de regen geniet ik van het stuk langs de Waal. Door en doornat bereik ik Opheusden. Net als gisteren heb ik enorme trek. De regen en de kou vreten alle energie op, er blijft steeds minder over om te fietsen. De plaatselijke bakker heeft vandaag een topomzet, de roombroodjes en rozijnenbroodjes zijn in één klap uitverkocht. Ik maak nog even een praatje met het bakkersmeisje, buiten regent het toch wel door, daar hoef ik niet bijzonder bij te zijn. Met licht tegenzin stap ik na een half uur weer op. Ik ben er nu wel aan toe dat het droog wordt. Vanaf Rhenen neemt mijn irritatie toe, het fietsen gaat minder en minder. De brug kom ik maar moeizaam over, terwijl de wind niet eens helemaal van voren waait.
Daarna neem ik de kortste weg naar Scherpenzeel, de vlakke dus. Links van mij de Rhenense berg, ik ben blij dat er een alternatief is. Bij het tankstation sla ik nog wat snickers in en een colaatje. Mijn tank raakt hoe langer hoe sneller leeg. In Veenendaal kies ik de weg naar Overberg om in Scherpenzeel uit te kunnen komen. Voor mij rijdt een fietsforens, net iets harder dan ik. Ondanks mijn vermoeidheid klamp ik toch aan en begin een praatje. Ik verwacht daardoor mijn moreel wat op te peppen. Ze antwoord wat nors en kortaf, het lijkt alsof ze niet verlegen zit om te kletsen, maar snel naar huis wil. Dan ziet ze mijn bepakking en draait haar stemming om. Tot aan de afslag naar Maarn voeren we een gezellig gesprek terwijl we met een vaartje van dertig voortsuizen. Nog een paar kilometer tot Scherpenzeel, het is al bijna helemaal droog. De afspraak is dat als ik niet bel dat ik dan niet stop voor friet in Scherpenzeel. Met mijn hernieuwde spirit zie ik mijzelf wel tot huis rijden, en extra opkikker is niet nodig. Een volle maag kan ik nu niet gebruiken, dan zie ik mijn fiets alsnog in de achterbak van een auto verdwijnen.

In plaats van rechtdoor over de weg naar Scherpenzeel, sla ik links af bij de Groep. Na wat slingers raak ik de weg kwijt, juist hier waar ik in het voorjaar zovaak fietste, weet ik op een moment niet meer precies waar ik ben. Ik wil het Valleikanaal volgen tot aan Leusden. Maar het begin van het fietspad aan deze kant heb ik nog nooit echt ontdekt. Ja op één toevallige keer na, vlakbij Lambalgen, maar daarvan kan ik me niet herinneren hoe dat ging. Na het bruggetje over de Luntersche beek, rijd ik één keer zoekend heen en weer om dan te besluiten via Scherpenzeel naar Achterveld te fietsen. Dan maar omrijden, dat zoeken kost teveel tijd. Eenmaal aan de rand van de bebouwing van Scherpenzeel, doe ik nog een laatste op goed geluk poging. Ik sla een weggetje in dat ik niet ken maar waarvan ik uit de richting waar het heengaat vermoed dat het me dichtbij het kanaal brengt. Een laatste poging om langs de meest toeristische route naar huis te komen. Op een paar bochtjes na sta ik na een minuut aan het begin van het fietspad langs het Valleikanaal. Een half uurtje van pedaleren over prachtig asfalt met aan de linkerzijde zicht op het water volgt. Ik ben weer thuis, dit ken ik, dit voelt prettig.
In deze bekende omgeving hoef ik niet meer op te letten op waar ik heen moet, mijn lichaam gaat op de automatische piloot, over het thuiskomen hoef ik niet na te denken. Dat geeft tijd en ruimte om vrij te gaan nadenken. Dat verwordt algauw tot piekeren. Wat nu? Hoe gaat het vanavond? Hoe is het om weer thuis te zijn? Wat wil ik nu? Tja, de afgelopen weken waren vast omlijnd. Het leek soms heel vrij, maar dat was zekere schijn. Het voornemen om een tocht als deze te maken gaf een duidelijke beperking. De vrijheid zat er in dat ik dagelijks vrij was te bepalen hoe het verloop eruit zag. Het kader lag vast in begin en eindpunt en twee datums. Over een uur is dat kader verleden tijd. Ik begin me een beetje zorgen te maken. Merk dat ik niet meer in het hier en nu fiets, maar dat mijn lichaam fietst en mijn geest probeert de tijd te versnellen om alvast te kijken hoe het straks gaat. Er komt onrust in mij, het fietsen is bijna over, de ingekaderde veilige en bekende vrijheid is ten einde. En maandag wacht weer het regime van werk. Straks is er weer de rol van partner in een relatie.
Ik merk bij mezelf behoefte aan wat rust, het verlangen naar wat tijd om de afgelopen tijd te laten bezinken. De bakens te verzetten naar het innerlijke resultaat van vijf weken met mezelf op pad zijn. Dat lukt me niet in dit ene uurtje dat me nog rest. En natuurlijk zijn er de afgelopen weken momenten geweest waarop ik hierover nadacht. En waarbij ik besloot dat het tijd nodig heeft en dat ik niet in de toekomst kan kijken. Dat is voor nu ook mijn conclusie. Het gaat verder zoals het verder gaat, ik kan het nu hier fietsend niet bedenken, niet weten, niet afdwingen, niet invullen. Hooguit wensen. Maar wat ik dan wens en hoe ik zou willen dat het eruit ziet? De rest van mijn leven op de fiets? Nee, dat is het niet. Dit fietsen was een middel om tot iets te komen. Dat heb ik bereikt en veel meer dan dat. De tocht is waardevol geweest. Ik heb inzichten opgedaan, ben moedig en sterk geweest, heb goed voor mezelf gezorgd. En ik heb veel nieuwe indrukken gekregen van de wereld, de mensen om mijn heen, mijn plek daartussen. Ik ben tevreden over de voorbije weken. Het sterke gevoel dat ik echt mijzelf ben tegengekomen en dat ik daar blij mee ben is overheersend over al het andere. Ik ben geslaagd voor de proeve die ik mijzelf heb gesteld, met vlag en wimpel. Dat waarvan ik niet wist waar het te zoeken, heb ik op deze reis gevonden. Ik ben thuis bij mezelf, de reis is teneinde.
![]() | ![]() |
woensdag 2 augustus 2006
Basecamp 2
Dag 34 | Etappe 32 | Nijmegen | 122,7km | 3015,7km
![]() | ![]() |
Vandaag ben ik ook weer om 6.00u wakker -het is tenslotte vakantie- maar blijf nog even liggen tot 7 uur. Daarna lekker lang douchen en langzaam aan doen, even genieten van het feit dat ik Nederland alweer heb bereikt. Net na achten sta ik bij Appie voor de ontbijtboodschappen: croissantjes, bramen, yoghurt, bruine broodjes, ham. Heerlijk, ik heb er zin an. Ik neem ook nog wat Provence mee in de vorm van een bosje zonnebloemen. Daarna gezellig een uurtje of anderhalf ontbijten met m'n moeder. Rond tienen begint het weer te kriebelen, ik zal toch weer op de fiets moeten om vandaag de op 1 na laatste etappe te gaan rijden. Ik ben benieuwd hoe ik het vlakke land ga overleven. De heuvels en dalen motiveerden me steeds om door te rijden, zeker de laatste dagen werd het fietsen steeds makkelijker ondanks het minder mooie weer.
Verassend snel weet ik in te pakken. Mijn moeder is verbaasd: ze vraagt zich af waar ik toch al die spullen die in de gang lagen, heb gelaten en of ik die dan niet moet meenemen. Om 12.00 zit ik op de fiets. Een kwartier voor het officiele depart, maar goed daar hoeft niemand zich in deze toer de frans aan te storen. Al na Schinveld merk ik dat mijn benen lang niet zo goed zijn als gisteren. Ik ben moe, heb gisteren te weinig gegeten en mijn spieren zijn onvoldoende opgeladen om goed door te kunnen fietsen. Ik besluit tot een wandeletappe maar blijf af en toe proberen om steviger aan te zetten. Met de forse tegen- en zijwind is dat eigenlijk hopeloos. De teller komt niet veel hoger dan 20 in het uur. Gelukkig had ik een zeer conservatief etappe schema opgesteld. Met mijn verminderde moraal -waar blijven die uitdagende klimmetjes nu- twijfel ik ook aan de haalbaarheid van dat schema.

Koningsbosch, Posterholt, St. Odilienberg ben ik al gauw voorbij en het lijkt allemaal veel sneller te gaan dan op de heenweg. Dit gevoel heb ik al vaker gehad tijdens de terugtocht. Benieuwd hoe dat komt. Ben nu niet in zo'n filosofische stemming om daar dieper op in te gaan, wie weet later nog een keer bij voorkeur op een berg met uitzicht. Ook de vervelende rondweg van Roermond laat ik snel achter me en eigenlijk zonder problemen. Ik begin serieuze trek te krijgen. Mis natuurlijk de overdaad aan suikers uit Frankrijk: rozijnenbroodjes, amandelcroissants, chocoladebroodjes, appelflappen. Nog 1x op z'n Frans dan: Pain aux Raisin, Croissant aux Amandes, Pain au chocolat, Chausson Pomme. Vooral de laatste zijn echte energiebommen waar ik een soort raketaandrijving van krijg.
In Swalmen stop ik bij de plaatstelijke Boulangerie/Patisserie. Geen rozijnenbroodjes -mijn favoriet- maar wel croissants met bakkersroom en een luxe appelflap. 2 van de eerste voor de bodem en nog een appelflap voor de extra boost. De roombroodjes werk ik in een minuut naar binnen, lijk wel uitgehongerd. Het is ook niet echt warm ik heb al wat buitjes achter de rug en het warmstoken kost mijn lichaam een hoop energie extra. Ik verlang erg naar de hitte van de Provence. Die broodjes smaken erg goed en even overweeg ik om er nog maar 2 te kopen, ik ben er nu toch. Om al te grote maag problemen te voorkomen stap ik maar weer op, eerst dit maar eens verteren en verbranden. Ik ben opgekikkerd en rijd met goede moed verder naar Venlo. Daar de eerste verwarmende zonnestralen. Trui en regenjas -echt zeldzaam dat ik die allebei aan heb deze toer- gaan uit ik stop voor een goede plaspauze en ben op weg voor de laatste 60km van deze dag, de eerste zitten er op.
In Arcen eindigt het fietspad langs de N271 en ik raak hier de weg kwijt. Natuurlijk vertrouw ik er op dat ik ook nu weer blind de weg naar Nijmegen vind. In Arcen is het hopeloos druk met dagjes mensen. Ik vraag me af of er iets bijzonders te doen is of dat het hier in de zomerperiode altijd zo'n kermis is. Het lijkt de efteling wel zo inmens druk is het. Hier wil ik heel snel weer weg. Ik zie bordjes met de Maasduinen route en vreselijke visioenen van lange saaie wegen door Duitsland verschijnen voor mijn geestesoog, nee dat zeker niet, niet nog 20 km omfietsen. Ik rijd een paar keer een weggetje in dat uitkomt op het autoweg gedeelte van de N271. Hier geen goede fietsbewegwijzering zoals in Venlo waar je keurig de stad door en uitgeleid wordt om de route naar Nijmegen te kunnen vervolgen. Het lijkt alsof ik op een doodlopende weg zit. Steeds maar die N271 waar het verkeer met hoge snelheden vlak voor mij voorbij raast. Even overweeg ik om dan maar via de autoweg mijn pad te vervolgen. Toch te gevaarlijk en waarom stranden met de haven bijna in zicht? Ik rijd wat plattelandsweggetjes af en zie in de verte fietsers mijn richting op komen, daar moet ik naar toe, zij komen duidelijk van de Nijmeegse kant. Na een paar kilometer ben ik eindelijk weer op het juiste pad.
Vlak voor Well pauzeer ik om de Chausson Pomme te verorberen. Die is echt heel erg goed, zo lekker heb ik ze in Frankrijk niet gehad. Die bakker in Swalmen, daar wil ik nog wel een keer naar toe. Well bereik ik op schema tijd, eigenlijk een kwartier te laat dus. Ik heb wat sms contact met de finish-official en mag mijn eetwensen kenbaar maken. Veel vet en lekker daar heb ik zin in. Nog steeds enorme trek. Het is vandaag "te koud", wennen hoor dit kikkerland klimaat. Nu op naar Milsbeek waar mij de klim -ik verheug me er nu al op, ik begin stevig te balen van de vlakke lange rechte weg en de voortdurende wind- naar Breedeweg wacht. Eerst nog door Gennep waar ik op de heenweg zo jammerlijk verkeerd reed. Ik verwacht nog een halfuur maar het duurt maar en het duurt maar. Eindelijk een bordje: Gennep 8km. Damn ik heb me verrekend. Dit is een slecht moment voor de moraal en daarbij begint het nu serieus te regenen en hoor ik een paar donderslagen. Bij een bushokje schuil ik even en eet een banaan een snickers en een mueslireep. Deze "honger" stil ik vandaag niet meer, ik verlang naar bad, bier en friet. Ik praat mezelf moed in: nog even en je kunt weer klimmen -hmm op de Ventoux klonk dit toch anders- en stap weer op.
Heijen, Gennep en eindelijk Milsbeek. Ik SMS basecamp dat het schema naar de kloten is en stuif af op die puist. In no time en met hernieuwde spirit raas ik naar boven. Wat nou steil, dit stelt echt niets voor zelfs niet met bagage. Ik herinner me de eerste keer vorig jaar dat ik hier puffend, hijgend en trekkend aan het stuur omhoog kroop. En dat zonder enig extra gewicht niet van fiets en niet van lichaam (ik had toen het goddelijk gewicht van 71kg). Er rijdt een jonge vent zo'n 200 meter voor me en tot in Breedeweg is dat een prima richtpunt. 5 minuten over schema ben ik in Groesbeek en meld het thuisfront dat zit te wachten dat ik over 40 minuten arriveer. Aan het begin van de 7-heuvelenweg zet ik mijn helm op, leeg mijn bidons en geef gas voor de laatste klim van deze toer de frans. Fluitend zoef ik over de zeven heuveltjes. Net na Berg en Dal zie ik een bekende jas en daarna ook gezicht, Mireille fietst mij tegemoet met een Zonnebloem. In de laatste druppels van de dag fietsen we samen naar basecamp 2, 19:45u just in time! Voor vandaag zit het er weer op en een paar biertjes en een stevige en heerlijke pasta maaltijd verder voel ik me ook weer helemaal ok. Alweer thuisgekomen. Morgen nog 1 etappe.
![]() | ![]() |
dinsdag 1 augustus 2006
Basecamp 3
Dag 33 | Etappe 31 | Brunssum | 205,0km | 2893,0km
![]() | ![]() |
Het ritme zit er goed in, net na zevenen ben ik mijn spullen al aan het pakken. Zojuist tijdens het douchen in de bedompte cabine, waren er duidelijk druppels op het dak te horen. Mijn tent staat onder de bomen en is goeddeels droog. Aan de lucht te zien blijf ik dat niet vandaag. Daarbij staat er een hard wind die de bomen op de helling aan de overzijde heen en weer wiegt. Ik zie een beetje op tegen de etappe van vandaag. Regen, wind, de steile klimmetjes van de Ardennen en een overnachting op een belgische camping. Hier blijven zou alleen een optie zijn bij mooi zomerweer. In de tent liggen met regen is helemaal niet mijn ding, dan maar liever fietsen, nat is het toch al. Om half negen rijd ik het bruggetje naar de weg over. Het regent nog niet en de invloed van de wind is hier in het diep uitgesleten dal alleen merkbaar aan de koude lucht. Zweethemd, fietsshirt, fleece én regenjack zijn mijn bescherming daar tegen. De eerste echte klim laat niet lang op zich wachten en eenmaal boven ben ik de beschutting van de groene hellingen kwijt. De wind lijkt van alle kanten te komen, behalve van achter mij. De regen striemt mijn gezicht tijdens de korte afdalingen. In de opvolgende klimmetjes rijd ik mijzelf volledig in het zweet. Nat van buiten, nat van binnen.

In Wiltz sla ik groot in bij de plaatselijke banketbakker. Veel zoete broodje, met dit weer neemt het suikerverbruik enorme proporties aan. Goed eten is de enige manier om vandaag in het zadel te blijven. Als ik buitenstap rijdt - hoe toevallig - Rik voorbij. Hij houdt even in om mij bij te laten komen. Zijn nacht was niet zo geweldig in het jeugdhotel van Wiltz en daarom is hij maar weer vroeg op pad. Vandaag fietst hij naar huis. Ik laat het even op mij inwerken: tweehonderd kilometer op een dag, op een mountainbike. Vol ongeloof praat ik met hem erover, of dat haalbaar is, hoe hard hij dan wel niet fietst, of hij wel genoeg kan eten en drinken. Hij zal er daarvoor vaak af moeten en dat kost tijd. Mij vraagt hij hoevaak ik dan stop, en waar ik lunch. "Lunchen?", vraagroep ik. "Ik stop nooit, hooguit om even te pissen, verder rijd ik zoveel mogelijk door. Op de fiets kan ik altijd zittend eten!" "Maar, hoe doe jij dat dan? Je hebt amper iets bij je." Rik grijnst en zegt: "Typisch 'n ollander, z'n eigen brood meenemen. Ik ga op restaurant natuurlijk. Neem daar 'n uur en een half voor. Zeker één pintje erbij, awel vaak twee toch..." Belg dat ie is! Ik zou geen meter meer trappen met 2 biertjes in mijn benen. Hij doet dan nog ruim honderd... We rijden tot voorbij de belgische grens samen op. Hij vind het wel gezellig even te kletsen en ik kan hem er niet afrijden. Op een bruggetje op het fietspad net buiten Wiltz help ik hem even met zijn kaartenstandaard. Die klapt bij elke hobbel voorover. Mijn toolset biedt uitkomst, de goed uitgeruste "ollander" komt van pas. Tegelijk wisselen we adressen uit met in onze achterhoofden de gedachte dat de kans klein is dat we elkaar nog eens treffen.
Van de heenweg weet ik dat de weg die over de grens voert steil is. Toen ging het met grote snelheid naar beneden. Ik schat een percentage van veertien procent. Rik is er ook van op de hoogte en schat zijn en mijn kansen in. Hij verwacht dat we beiden moeten gaan lopen. Ik reageer maar niet, ik wacht het wel af al heb ik weinig goede hoop op fietsend boven komen. In Oberwampach linksaf staat de helling als een muur recht voor ons. Glinsterend van de vele regen die het afgelopen uur al viel en hier tussen de loskomende modderplekken die achterbleven van de banden van landbouwvoertuigen die het lokale verkeer vormen. Mijn blik vernauwt zich tot het asfalt een paar meter voor mij, ik weiger helemaal de hoogte in te turen. Hoeveel ontmoediging heb ik nodig om meteen af te stappen? Rik roept een keer "Wow, da's echt steil". Ik probeer nu alle indrukken van buiten te negeren. Ik schakel tot op het laagste verzet, kom uit het zadel en geef op de eerste paar meters wat extra gas om mijn lichaam snel tot bergwerk aan te zetten. Dan wat meters zitten en het tempo modereren tot een haalbare ademfrequentie is ontstaan. Gelukkig ben ik al goed warm gereden, rijd ik hier in het gezelschap van een vriendelijke en bemoedigende kerel en maak ik mij niet druk over de meters verderop, maar alleen over deze enkele voor mij. Na 100 meter ga ik weer staan en in een gestage cadans duw ik door. Rik roept nog meerdere keren iets, hij fladdert wat achter mij, geeft mij de ruimte en haalt me -hoe sociaal- niet in. Hij schreeuwt zichzelf omhoog, is onder de indruk van de helling en verbaast zich over mijn doorrijden. Ik pomp door en houd daarbij in de gaten dat ik niet in het rood rijd. Het lukt net, rechtuit rijden, in balans blijven en iets overhouden. Ruim vier weken training om hier in totale beheersing boven te komen, wetende dat de dag nog lang en vermoeiend is.

We stoppen boven niet om te rusten, hij heeft haast om thuis te komen. Dat zal niet voor tien uur vanavond zijn. Tot Bourcy kletsen we nog wat over de mogelijkheid tweehonderd kilometer op een dag te rijden. Z'n plan spreekt me aan en in mijn hoofd is een zaadje geplant. Hij vertelt over zijn verleden als sport belofte. De triathlons die hij deed en het hoge niveau waarop hij presteerde. Als jonge hond ging hij vaak te ver, zonder rem reed hij zichzelf leeg en op. De reden waarom hij destijds is gestopt en daarna lange tijd niet aan sportbeoefening deed. Het is een aangrijpend verhaal vol teleurstelling, mislukking en wanhoop. Maar toch fietst hij hier alsof het niets is, gaat het goed met hem en is hij op weg naar zijn zoontje om daar de komende dagen mee op te trekken. Zijn beroep is houthakker. Wanneer hij mij dat vertelt lach ik hard. Rik is een klein iel mannetje, ik zie hem niet met een zware bijl een grote woudreus vellen. Vanwege de fysieke zwaarte is hij dan ook op zoek naar ander werk. Bourcy komt snel dichterbij en dan komt er ook een eind aan ons samenzijn. We wensen elkaar alle goeds en met een stevige versnelling vergroot hij vlot de afstand tussen ons. Ik sta er weer alleen voor. En hier in dit mij zo bekende terrein zie ik dat wel zitten. Het plan in mijn hoofd is gevormd, ik ga proberen vandaag tot Brunssum te fietsen zodat ik komende nacht bij mijn moeder kan slapen. Dat scheelt in camping zoeken, tent op zetten en alles wat daarbij komt. Dat is makkelijk een uur of twee winst. En daar komt nog eens bij dat ik dan ook gerust langer door kan fietsen dan tot acht uur. Al fietsend sla ik aan het rekenen op een haalbaar schema. Tussen tien en elf aankomen bij 13 kilometer per uur gemiddeld is haalbaar en zelfs realistisch.
Op de lange afdaling langs de Lienne probeer ik alvast wat voorsprong op het schema te maken. Ik trap zo hard ik kan bij en rijd continu boven de dertig per uur. Later volgen de zware klimmen van de noordelijke Ardennen, met de Rosier als absoluut hoogtepunt. Ik zal mijn voorsprong nodig hebben. De wind blijft stevig aan mij trekken en regelmatig slinger ik over het wegdek bij een stevige vlaag van links of rechts. Het regent niet onophoudelijk, maar echt droog is ook het niet. De pauzes die ik neem om te eten en drinken - mijn handen zijn zo verkleumd dat het al fietsend amper lukt iets binnen te krijgen - blijven beperkt tot een paar minuten. Vanaf het moment dat ik stilsta rilt mijn lichaam van de afkoeling. Barre omstandigheden. Het voelt heroisch om zo rond te fietsen. Er zijn maar weinig mensen op straat, en ook is er minimaal snelverkeer. De rust van het verkeer staat in schril contrast met de woestheid van het weer. Bij een houten bushokje schuil ik wat langer. Uit de wind kom ik even op adem en eet en drink zoveel ik nu op kan. Al zeventig kilometer gereden, ik zou hier het liefst een paar uur gaan liggen om bij te komen. Op geen enkele manier kan ik me voorstellen dat ik vanavond in Brunssum zal aankomen. Nog twee keer de afstand die ik tot hier heb gefietst...
Rond half vier sta ik aan de voet van de klim naar Rahier. Het bruggetje over en dan rechts de steile en smalle weg omhoog. Dit is de eerste echt serieuze klim van het belgische stuk. Al de hele ochtend zie ik hier tegen op. Het gaat veel vlotter dan ik vermoedde en tot mijn geluk is er geen tegenliggend verkeer. In alle rust fiets ik omhoog en heb boven een prachtig uitzicht over de langgerekte vallei. Dan volgt een vliegende afdaling naar het stroomdal van de Amblève waar ik voorbij het bruggetje even stop voor wat proviand. De klim naar de Rosier volgt, de hoogste top. En vanaf hier, het diepste punt, is dat 11 kilometer klimmen. Ruim anderhalf uur. Het begint weer te regenen als ik aan het eerste stuk naar La Gleize bezig ben. Twijfelend over de duur van dit buitje rijd ik nog even verder om dan vloekend te stoppen en mijn regenjas weer aan te trekken. Voor de te ontwikkelen hitte bij beklimming had ik die alvast uitgedaan. Honderd kilometer heb ik er nu opzitten, al zeven uur onderweg en in het zadel. De vermoeidheid en lichamelijk frustratie van het niet kunnen rusten slaan toe. Ieder klein tegenslagje verandert in een haast overkomelijke ergernis. Het oversteken van de drukkere weg in La Gleize levert een woedeuitbarsting op. Ik vloek en tier op het verkeer, de slechte bebording, het natte wegdek en die verdomde tank op het pleintje naast de weg. Wat een onzin en gedoe hier allemaal! Ik wil in alle rust kunnen fietsen, flikker allemaal toch op!

Of de kracttermen helpen weet ik niet, aan de overkant van de weg vervolgt de klim via Borgoumont en Cour naar de top van de Vecquee. Het uitzichtspunt bij Cour, waar ook een bankje staat, toont me dat ik weer helemaal Zen ben. Ik geniet ondanks de koude wind een paar minuten van het uitzicht. Mijn weg vervolgend merk ik hoe makkelijk ik deze klim verteer. Mijn gedachten kunnen overal zijn, mijn lichaam trapt de meters asfalt onder mij weg. En elke trap brengt me haast vanzelf dichter bij de top. Weer maak ik me geen zorgen of ik het ga halen, zolang ik fiets en in beweging ben is het goed. Het leven is gereduceerd tot een monotone beweging en het voelt heerlijk. Eindelijk boven geniet ik even van het moment en neem uitgebreid de tijd om mijn blaas en darmen te legen. Dat lucht erg op, mogelijk had ik in het dal ook wat last van deze ballast. Met een lekker vaartje knal ik op Spa af. Het regent aan deze kant van de helling niet meer, het klaart zelfs wat op in de verte, daar waar mijn doel ligt. Alles in het teken van het tijdig halen van de eindstreep, laat ik Spa links liggen ook al weet ik daar zeker proviand te kunnen scoren. Mijn voorraden zijn aanzienlijk geslonken en met nog tachtig kilometer voor de boeg heb ik water, cola en zoetigheid nodig. De motor draait nog wel soepel, toch kan ik geen risico nemen. Tachtig kilometer is normaal een te doen ritje. Na hondertwintig kilometer door het terrein van de Ardennen, en met nog wat heuvels voor de boeg wordt het een ander verhaal. Ik kan pas juichen als ik vanavond in Brunssum in bed lig.
Na zessen, Sart. Hier is vast een supermarkt zo druk is het verkeer in het kleine dorpje. Even vragen, en ja hoor maar 20 meter van de route, verstopt op een klein pleintje aan de rand van het dorp, niet ver van de hoofdweg. Het is een piepklein supermarktje. We kennen het in Nederland niet meer. Een gezinnetje dat het runt, moeder, vader en zoon. Met drie klanten is het er al bomvol. Ik sla in zoveel ik kan meenemen. Op de stoep tegenover mijn fiets staat een groepje hangjongeren mij uitgebreid aan te staren, alsof ik van Mars kom. Met een blik in hun richting weet ik dat dat voor hen zeker geldt, of dat ze hard op weg zijn ernaar toe te zweven. Over de provinciale weg Sart verlatend, kruis ik de snelweg van Verviers om daarna weer op een rustig weggetje te belanden. Het wolkendek begint open te breken en een lichtere lucht begeleidt mij de avond in. De aankondiging van een dertien procents helling maakt mij niet aan het schrikken. Halverwege merk ik voor het eerst vandaag aan wat voor een uitputtingsslag ik ben begonnen. Lichte kramp in mijn kuiten dwingt met terug in het zadel. Zeer rustig kom ik deze kuitenbijter over. Voorbij Limbourg volgt de laatste serieuze klim van de dag, die neem ik in alle rust en eenmaal boven een langere pauze. Het is bijna acht uur, ik heb er ongeveer hondervijftig kilometer opzitten. Nog ruim drie uur fietsen tot Brunssum. Ik bedenk dat ik het kan halen, dat de enige andere keus een hotel in Limbourg is. In Aubel op de heenweg vond ik er geen. Ik voel me fit en helder genoeg om door te fietsen. Na wat te hebben gegeten en gedronken, een poging doend te schuilen voor de harde wind die hier op de top overal doorheen blaast, bekijk ik de mogelijke opties om te komen tot Brunssum. Mijn kaartmateriaal is beperkt. De provinciale weg naar Aken lijkt mij de voordeligste optie. Ik vermoed weinig accidentatie en kan die weg tot voor Kelmis volgen om dan via Chapelle naar Vaals te rijden. De rest is een thuiswedstrijd. Met dit goedgekeurde schema in mijn hoofd is nu het moment om mijn moeder te bellen dat ik eraan kom. Ze weet helemaal niet dat ik in de buurt ben, net als op de heenweg een verrassing.

Vol goede moed en blije zin vervolg ik in hoog tempo de grote weg. Het gaat erg voorspoedig en veel sneller dan ik berekende. Toch is het al donker wanneer ik bij Vaals de grens passeer. Ik wacht met het aanzetten van mijn licht tot ik ook de klim naar Simpelveld achter de rug heb. Daarna zonder de klimmetjes van de heenweg proberen om in Heerlen te komen. Dat gaat in het donker en na bijna 200km in de benen dus mis. Ik passeer de Heerlerbaan zonder er erg in te hebben en sta na 10 minuten scheldend voor het station van Kerkrade. Via de weg langs de grens - ik rijd natuurlijk niet dezelfde weg terug - kom ik weer op hetzelfde punt uit en na het bekijken van 2 informatie borden met daarop een kaart waarin alleen Kerkrade staat ingetekend - de grote wegen van Heerlen wel maar geen info over bebouwing enzo - kies ik de goede weg en ben in 5 minuten bij het Grotius vanwaar ik de weg met mijn ogen dicht vervolg. Kwart over elf Brunssum bereikt en ik word nog opgewacht door mijn moeder. Ik heb geen zin meer om te eten. Een zakje chips en twee fantaatjes om de ergste dorst en "honger" te stillen volstaan. Om 2 uur slaap ik: eindelijk weer een echt bed. En een stoel om op te zittten daarnaast. Wat een enorme luxe is dit.
![]() | ![]() |
Abonneren op:
Posts (Atom)




