Dag 32 | Etappe 30 | Bourscheid-Moulin | 112,6km | 2688,0km
![]() | ![]() |
Met een hongerig gevoel in mijn maag ben ik al vroeg wakker. Niet eens zo heel erg moe na de lange etappe van gisteren heb ik al snel de spirit om weer te pakken voor een volgende etappe. Nog voor achten ben ik weg van deze al te toeristische camping. Nu in de stilte van de ochtend heb ik een nuschter blik. Het is hier inderdaad vol, hutje mutje staat het. Een belgisch aandoend rommeltje van sta-caravans die hun beste tijd hebben gehad, tenten kris kras en overal troep in de vorm van versleten parasols, bakken met onduidelijke bestemming, kinderfietsjes, speelgoed, slecht onderhouden groen en sporen van openbare toiletplaatsen. Een overvol toevluchtsoord voor mensen die gewend zijn in volbepakte steden dicht op elkaar te leven. Plaats ze in een minder tot claustrofobie neigende omgeving en ze weten zich geen raad. Voor mij geldt het omgekeerde. Het is een groot genoegen om nog voor de officiele openingstijd - gisteren werd mij op een zeer gebiedende wijze gemaand dat er voor achten geen vertrek mocht plaatshebben - dit treurig oord te verlaten.
In Volstroff stop ik voor een zoveelste bordjes foto en ben dan op weg naar mijn ontbijt. Het duurt nog tot Distroff eer ik een bakker vind. Niet zomaar één, maar misschien wel de beste die ik op mijn hele reis trof. De sortering is fenomenaal en het ziet er allemaal even lekker uit. En de bediening is uitermate vriendelijk. Tot aan mijn fiets loopt de bakker mee om te helpen mijn spullen in te pakken. Met zeer goede zin rijd ik verder door het laatste stukje Frankrijk van de tocht. De plekken waaraan ik de fijne herinnering van weken geleden weer uit mijn geheugen opduik. Het fietspad langs de Moezel, Cattenom met de kernreactoren, het architectonisch bijzondere benzinestation dat ik op grote afstand passeer, en dat ik herken van fotoboeken. En dan het bloemendorpje met de paarse besteleend. Daarna nog even zoeken naar de juiste weg om de grens over te komen, ook op de heenweg was de route hier wat lastig te volgen. Dan ben ik Frankrijk weer uit, een deel van het vakantiegevoel is weg. Nog niet thuis in Nederland, maar ook niet helemaal meer in den vreemde.

De eerste kilometers in Luxemburg gaan langs industrie. Ik verheug me nu al op het mooie fietspad langs de Alzette rond Luxemburg. Van de zon moet ik het vandaag niet hebben om goed zin te houden. De lucht is grijs, een lichte dreiging van regen. Ietwat vochtig en drukkend weer, niet al te warm. Ik fiets alsof ik nooit anders gedaan heb. Nadenken over hoe het gaat, hoever het nog is, wat er allemaal mis kan gaan: ik heb het losgelaten. Het valt me op hoe makkelijk en snel de terugreis verloopt. Alsof er een tijdsverdichting heeft opgetreden, of de franse kilometers korter zijn geworden. Normaal gesproken zijn ze langer dan elders, en lijkt het ergens naartoe reizen nooit tot het doel te leiden. Nu fiets ik in een flow die past bij de dag, mijn toestand, de omgeving, het weer. Mijn plek op de wereld is hier op deze fiets, traag trappend door het oneindig glooiende landschap.
In Luxemburg wijk ik even van de route af. Het centrum van deze stad bezocht ik niet eerder, ik fietste er alleen langs het station. Ik ga op zoek naar een zaak waar ze swatch horloges verkopen, en ik wil even snuiven aan de sfeer. Na wat heen en weer rijden stop ik bij een uitzichtspunt over de rivierkloof. Busladingen japanners lopen hier becameraad rond en mij in de weg. Mijn Zen-zijn voorkomt dat ik me druk maak. Zittend op een bankje eet ik wat en geniet van mijn innerlijke rust tussen al de drukte. In het centrum rijd ik wat rond en vraag hier en daar. Er is een juwelier die swatches verkoopt. Ik kijk er wat rond maar besluit niets te kopen. Het moment van afleiding was voldoende. Ik ben in Luxemburg geweest en heb gedaan wat bij zo'n stad hoort: shoppen!
Hobbelend over de kasseien die me de stad weer uitvoeren houd ik het tempo laag. In het park laat ik de teugels vieren en met snelle bochten cross ik ruig over het dalende en stijgende fietsparkoers. Rechts van mij herken ik de uitgang van het park, daar waar ik op de heenweg maar met moeite de ingang vond. Snel gooi ik mijn stuur om en zet nog even aan om het hellinkje ernaartoe te nemen. "Tching", klinkt het achter mij. Zonder aarzeling stap ik op het trottoir af om mijn achterwiel te inspecteren op gebroken spaak. Van Taulignan tot hier heb ik het al gered, dat is het goede nieuws. Het betere nieuws is dat ik een ervaren spaakverwisselaar ben en nog reservespaken van juiste lengte heb. Het beste nieuws is dat de spaakbreuk aan de makkelijke kant zit. Alleen maar goed nieuws!

Het kost me een kwartier om de spaak te vervangen. Dan piel ik nog tien minuten om de slag die ontstaan is er zo goed mogelijk uit te draaien. Mijn achterrem zet ik voor de zekerheid wat losser. Na honderd meter fietsen constateer ik dat het niet helemaal goed is gegaan. De zijslag is minimaal, maar het wiel heeft ook een vervelende hoogteslag opgelopen. Na wat heen en weer lopen met de fietsen kan ik het punt markeren. Met de spaaksleutel draai ik de tegenovergestelde zijde wat aan en los ik de plek van de slag. Al bijna een uur ben ik nu bezig met deze ene gebroken spaak. Mijn beslissing is kort en ferm, ik ga doorrijden tot huis met een hoogteslag. Het enige wat er kan gebeuren is dat de slag wat afneemt. De eerste kilometers is het gehobbel uitermate vervelend. Al trappend weet mijn lichaam te adapteren, zoals je ook kunt wennen aan het wonen langs een spoorlijn en je op den duur de nachtelijke goederentrein pas opmerkt als die een dagje overslaat.
Slingerend langs de Alzette vervolg ik mijn weg door het rustiger deel van dit kleine landje. In Ettelbrück pin ik bij een van de vele banken, en wanneer de zon begint te schijnen ziet het dorp er opeens een stuk aangenamer uit dan dat ik het eerder beoordeelde. Net buiten dit stadje met twee gezichten doe ik ruim inkopen bij de beste supermarkt die ik op deze reis aandoe. Dan vervolgt mijn route langs de oevers van de Sûre, naar de groen beboste hellingen van Noord-Luxemburg. Even na Erpeldange haalt een man me in. Hij rijdt op een mountainbike en heeft een kleine rugzak om. Zeer licht bepakt. Rik uit Herk-de-stad in België is bezig met een laatste stukje van de Groene Weg. Hij reed in april al naar het zuiden via St. Hubertus en was nog nieuwsgierig naar de route via Spa. Voor het rondje naar Luxemburg had hij een week uitgetrokken, morgen is zijn laatste dag. Hij weet nog niet hoe hij de ruim 200 kilometer naar huis gaat overbruggen, vannacht zal hij in elk geval slapen in Wiltz. Ik heb de camping in Bourscheid op het oog, die ik op de heenweg vanaf de weg op de hogere oever zag liggen. Een zeer ruime camping met veel gras, aan de oever van de rivier. Het zag er aanlokkelijk uit. Bij het bruggetje naar de Camping "Am Gritt" neem ik afscheid van Rik. We wensen elkaar een goede nacht en vervolg van onze tochten.

Het trekkersveldje bevindt zich op een eilandje dat alleen via een smal betonnen bruggetje zonder leuningen is te bereiken. Een loopplankje van een halve meter breed. Om niet heel stoer te water te gaan, stap ik maar even af om mijn fiets naar de overkant te krijgen. Het is rustig op dit eilandje dat door een hoge bomenrij is afgescherm van de drukkere rest van de camping. Voor het sanitair moet ik nu wel een eindje lopen. Dat is het waard om hier te staan, met een uitzicht alsof je midden in de natuur staat. Alleen de geluiden van de caravan, camper en familietent bewoners op de achtergrond verstoren dat beeld. Naast mij twee spichtige kakineuze meisjes in dito outfit. Wanneer ik mijn fiets op een vijftal meters naast hen parkeer kijken ze strak de andere kant op. Ik roep maar eens enthousiast hallo, hun nummerbord verraadt hun afkomst. Er volgt een slap goededag - volmaakt met goois accent - terug. Mijn humeur is onaantastbaar. Vandaag ben ik alweer ruim honder kilometer dichter tot huis genaderd, zonder noemenswaardige inspanning of tegenslag. Alles wat 'misgaat' geeft juist kleur aan de reis. En zo ook de gebroken spaak van vandaag, het is een welkome afwisseling in het dagelijks ritme van fietsen, eten, slapen. Het begon me al op te vallen dat ik de laatste dagen steeds minder en minder tekst voor mijn log had.
Als ik drie van de vier B's heb afgewerkt arriveert rond tienen een gezin op het veldje. Een grote tent, twee kleintjes. Vader, moeder, dochter, zoon. Een standaard gezinnetje? Verre van dat. Een oude volkswagenbus staat aan de andere oever bij het loopplankje. Vader en moeder zien er uit als oude hippies en ook de kinderen lopen rond in kleren die je niet vaak tegenkomt. Ze stralen kalmte en overtuiging uit. We groeten elkaar vriendelijk. Ze blijven wat op afstand, en ook ik voel met niet geroepen een praatje aan te knopen. Uit hun verhalen maak ik op dat ze een lange en vermoeiende rit achter de rug hebben, eten en slapen is ook hun prioriteit. De jongen komt nog wel even bij me langs om te vragen waar ik heen ga en hoe het is om zo'n stuk te fietsen. Hij is fris, open en direct. We praten kort, waarna hij gedecideerd terugkeert naar z'n familie. Met mijn afwas in de hand sta ik even later bij hun kampplek om wat nader kennis te maken. Ze zijn net aan het eten, ook ik houd het kort. Voor elven lig ik in bed, af en toe vallen er wat druppels op het tentdoek. Achter mij ruist de stroomversnelling van de Sûre langs het eilandje, een heerlijk geluid om bij in te slapen.
![]() | ![]() |





























