Dag 29 | Etappe 27 | Port s/Saône | 105,5km | 2297,5km
![]() | ![]() |
Geïnspireerd door het gesprek met Rolf gisteravond, ben ik ook vandaag vroeg op. Het gaat me steeds makkelijker af. Nu 's ochtends is de vermoeidheid helemaal verdwenen. Fit pak ik snel alles in, Rolf die iets sneller is dan ik groet mij en dan ven ik ook op weg. Eerst naar de plaatselijke super. Die is ruim bemeten en ik vind snel alles wat ik zoek. Dan de bakker, vers gaat altijd boven supermarktbrood. Erg aardig zijn ze hier niet. Onder elkaar is het vriendelijk groeten. Mijn bonjours worden niet beantwoord. Zeker bij de bakker is het erg opvallend hoeveel moeite men doet mij niet aan te kijken, om zo geen praatje te hoeven beginnen. Ik trek me er niets van aan, het is vast niet mijn probleem. Zolang ik mijn brood maar krijg, over een paar minuten ben ik hier weer weg: "alles is steeds in verandering". Later probeer ik nog een analyse los te laten op dit gedrag, dat ik bij bakker, supermarkt, maar ook op straat bemerkte. Overal waar ik kwam op mijn reis in Frankrijk was de meerderheid van de bevolking vriendelijk. Men groette spontaan, of uitte zelfs aanmoedigende kreten. Hier niet. De bevolking is volkomen in zichzelf gekeerd. Op de camping was daar gisteren niets van te merken. Maar het halve uurtje dat ik hier nu rondloop tussen de winkels valt het me overduidelijk op. Of hebben ze collectief een ochtendhumeur?
Mijn vermoeden is dat de historie van dit dorp zo specifiek is dat het de mensen en de gemeenschap gevormd heeft. In het verleden werkte iedereen in of ten behoeve van de zoutfabriek. Uit een welhaast communistisch ideaal van de eigenaar wilde hij ook dat iedereen in een soort commune op het fabrieksterrein, afgesloten van de buitenwereld, leefde. Men is eraan gewend op elkaar aangewezen te zijn en de rest van de wereld buiten te sluiten. Mogelijk is dat gedrag stevig verankerd en ook aan de volgende generaties doorgegeven. Ik ben geen socioloog, maar het is misschien een mooi onderwerp voor een dissertatie: "Vercommunisering ten tijde van de industrialisatie in Frankrijk". Er bestaan vast meer van dit soort leefgemeenschappen. En daarbij is Frankrijk de enige staat waarin het communisme echt werkt maar niemand dat zo benoemd. Dat is het geheim van de fransen: we doen het wel, maar we zeggen het niet.
Over zeer bekende wegen - op de heenweg folterden mijn ingewanden mij hier - bereik ik binnen twee uur Marnay. De lucht is gevuld met donkere wolken, het is niet zo warm als eerder en dat fietst makkelijk. Vanaf hier rijd ik verder in boekje in. Bij het postkantoor rust ik even uit, de zon prikt even tussen de wolken door, en schrijf wat kaartjes. Via een stukje provinciale weg bereik ik Gy. Van daar gaat het verder over kleine binnenweg. In de beklimming naar La Chapelle - St. Quillain staan aan de rechterkant twee fietsers. Ze kijken naar de paarden die hier in de wei staan. Ik stop naast hen en we praten wat. "We zijn al vanaf zes uur aan het fietsen", zegt zij. "Ach, dat is toch niet zover", reageert hij op mijn opmerking dat ik vandaag nog naar Port s/Saône wil fietsen. "Wij doen er minstens 150 per dag, eitje!". Zij is gekleed in kleren van een tiener, hij een beetje bekakt, compleet met bemodderde mocassins. Ik schat ze 50 plus.

"We hebben vorig jaar een Alpentour gedaan, heerlijk! Compleet georganiseerd, luxe hotels en bagage vervoerd natuurlijk". "Oh en een paar jaar geleden een Afrika tour, wel wat minder al dat stof, maar toch ruim 150km per dag fietsen!". Hij bazelt maar door over zijn eerdere tochten, alsof ik betalend publiek ben. "Wat doe je eigenlijk in het dagelijks leven?" vraag ik om enigszins de conversatie op gang te krijgen. Ik had ook gewoon door kunnen fietsen, dan stond ie er nu nog te babbelen. "Hij is arts en verdient goed en ik maak zijn geld op", ziet zij nu haar kans schoon ook wat te zeggen. Wanneer er verder geen vraag terug komt, stap ik op voordat hij weer doorgaat met z'n monoloog. "Fijne dag nog!"
Er volgt een klein stukje klim waarin ik makkelijk weer in mijn ritme kom. Dat helpt me om deze ontmoeting snel achter me te laten. Het had niet veel gescheeld of ik was onaardig geworden, wat een blaaskaak.
In Soing lunch ik aan de oever van de Saône, in het gras, net naast de Eiffeltorenreplica. Het broodje, dat een typisch Hollandse broodvorm heeft, kocht ik in Arc-et-Senans. Het smaakt voortreffelijk. Halverwege de lunch komt iemand op een mountainbike de brug over gevlogen, rijdt me voorbij over de 100 meter verderop gelegen weg. Ik kijk hem na en zwaai een keer. Hij stopt en draait om, komt naar me toe gefietst. Zijn handen zijn zwart van vuil en vermoedelijk ook vet. "Hallo", begint ie in het Vlaams. Voor ik ook maar iets terug heb kunnen zeggen, spuwt ie z'n verhaal over mij uit. Dat ie Hugo heet, een kapotte achterband had, meegenomen is door een fransman, het hem uren heeft gekost en dat ie nu nog een behoorlijk stuk moet fietsen. Dat ie dus niet kan komen meelunchen. Hij moet naar Avignon en wil daar over vier dagen zijn. "Dan moet je maar snel doorfietsen", zeg ik met een grote grijns. Ik blijf nog even lunchen en genieten van het zicht op de rivier.
Op de heenweg vloog ik over deze wegen. Van Darney tot Marnay, 120km in 8 uur. Die dag voelde ook geweldig, alsof ik kracht voor tien had. Vandaag is dat anders, ik ben al een eind gevorderd maar voel dat ook in heel mijn lichaam. Weer zo moe als gisteren aan het eind van de dag. Vanaf Rupt ploeter ik verder, wetende dat het nog maar 15 kilometer is. Leeggereden kom ik aan bij de camping, die vlak naast het haventje ligt. Ik had wat moeite om de weg ernaar toe te vinden, waardoor ik in het dorp nog een redelijke klim mocht overbruggen. Het is nu na zessen, al met al nog een lange dag fietsen. De camping is groot en niet al te druk bezet. Ik zet koers richting het grote veld waarop alle trekkers mogen staan. Fietser, wandelaars - die heb ik niet gezien - en ook wel mensen met auto's. Veel naaldbomen in het midden een groter stuk gras, en ook nog afbakening van plekjes. Ik zoek een plekje tussen de vele fietsers uit, niet helemaal zeker wetend of ik nu half op de plek van mijn achterburen sta. Het zal wel goed zijn, ik ben er maar voor een nachtje.

Bijzonder, hier tussen de bomen lijkt het alsof je midden in het bos kampeert. De dennen reiken wel tot dertig meter, een imposante aanblik als je uit je tentje kruipt, neem ik alvast een voorschot op mijn ervaring van morgenvroeg. Ik haal mijn spullen van de fiets, leg alles klaar om de tent op te zetten en dan voel ik een eerste druppel. Het laatste uur was er wel dreiging van wat regen, erg donkere wolken, maar steeds weer trok het over. Nu kijk ik eens naar boven en slik even: dit is serieus. Nog een paar druppels en dan regent het echt. Ik pak mijn tas met proviand en verkas naar een droge plek tussen de bomen. Mijn buren verhuizen met kookstel en al naar hun voortent om daar hun maaltijd voor te zetten. Meewarig kijken ze mij aan, "Er is niet genoeg plek voor drie hier", roept hij naar mij. Ik zwaai en lach, houdt de zak chips op waar ik net uit ben begonnen te eten. Ik vind het wel best, dit is vermakelijk. Al die mensen die in hun tentjes kruipen en in ongemakkelijke houding naar buiten zitten te staren tot het ophoudt met regenen. Ik sta hier vorstelijk tussen de reuzen die mij droog houden en geniet met volle teugen van het natuurgeweld. Een beetje leedvermaak heb ik ook wel. Ik heb uitzicht, ruimte, te eten en drinken. Mijn tent zet ik later wel op.
Eigenlijk wil ik nog iets doen aan mijn proviandering. Op mijn omweg naar de camping heb ik wel een supermarkt gezien, maar in de haast de camping te vinden ben ik daar nog niet naar binnen geweest. Wanneer het tegen zeven uur bijna droog is, zet ik snel mijn tent op. Met één leeggemaakte achtertas ga ik op pad om in te kopen. Kwart over zeven, een verlaten parkeerplaats. De laatste medewerker verlaat net het pand:"Ja, we gaan om kwart over zeven dicht". "Wat jammer!" Ik ga niet bij de Pizzeria ernaast zitten, waar ik op het terras een ander stel van de camping zie zitten. Geen zin in Pizza. Ik fiets terug richting camping en blijf even in het water van het haventje staren. Dan ga ik de bar van restaurant 'Le Port' maar eens in en bestel een biertje. Da's in elk geval wat vulling. Eten doe ik straks, er zit nog wel een blikje met het een of ander in mijn tas.
Het duurt even voordat ik de aandacht van het barpersoneel heb. Een man, aan zijn gescheld te horen de baas van het spul, staat een heel jonge serveerster hevig uit te foeteren. Ze heeft een dienblad in haar hand met koude en warme dranken. Een vrouw, aan haar onderdanige houding te zien de echtgenote van de barse baas, loopt zenuwachtig achter de bar heen en weer. Ik zit op de hoek van de bar, naast de bierpomp. Links van mij zitten wat mensen aan een tafeltje, voor de rest is de bar leeg. Ik sla het tafereel gade met een ontspannen glimlach op mijn gezicht. Uit het gesprek leid ik af dat het meisje niets kan doen aan de beschuldigingen die de barbaas uitspreekt. De vrouw mengt zich in de discussie en wil het meisje naar het restaurant sturen. Ik gluur eens om het hoekje door de glazen deur het vrijwel lege restaurant in. Aan een grote tafel kijkt een aantal mensen onze richting op. Het rumoer is opgevallen. Na veel vijven en zessen verdwijnt de barbaar boos naar de keuken. De vrouw lacht verzuchtend en kijkt mijn kant uit terwijl ze haar schouders ophaalt. Ze spreidt haar armen een keer met open handen naar boven gericht. Alsof ze wil zeggen: ik kan er ook niets aandoen. En dat is natuurlijk zo. Het meisje is zojuist door de deur verdwenen.

"Doe mij maar een biertje", roep ik lachend, wijzend op de amsteltap, haar kant op. "Welke wil je? Want deze tap is nog niet koud" Ik kijk hoogst verbaasd op: "Nog niet koud? Maar het is van de tap toch?" "Ja, de installatie deed het niet, mijn man heeft 'm net aangesloten. Als je wacht is het straks wel koud. Wil je anders even proberen?" "Doe maar een glas, ik heb nu wel dorst, ik zit hier al een tijdje." Verontschuldigend haalt ze even haar schouders op en wend haar hoofd af. Ze pakt een glas, tapt het vol en houd haar andere hand er even tegenaan. Dan reikt ze mij het glas aan: "Voel maar, da's niet echt koud." "Het maakt me niet uit, ik heb vooral dorst", antwoord ik. Maar ze is al bezig om uit het andere vaatje te tappen, ook al zeg ik dat het echt niet hoeft. Ze zet het glas voor me neer en zegt: "van de zaak, omdat je zolang moest wachten". Ik knipoog maar een keer, heb wel medelijden met 'r. We kletsen wat over het weer, de omgeving. Ik vertel over de supermarkt en dat ik erover verbaasd ben. "Ach, Port s/Saône is maar een heel klein plaatsje. De middenstand is eigenlijk alleen in de zomer een beetje actief, als de haven vol ligt. Verder gebeurt er niet veel." En ook nu is het restaurant leef, maar die opmerking houd ik maar voor me. Ik reken af en waggel naar mijn fiets. Het komt wel aan dat lauwe biertje.
Al bijna half negen, ik heb nog niet gedouched, nog niet gegeten, maar wel al wat biertjes op. Mijn maag rommelt, maar eerst maar eens douchen. Op een bankje tegenover het sanitairgebouw zit een ouder stel in een haast romantische omhelzing samen te genieten van wat fruit, hun toetje. Het zijn de Nederlanders met de tandem. Ik zwaai vriendelijk en zij lachend terug. Na de douche praten we even met elkaar. Harm-Jan en Ineke, hun auto staat ergens in de buurt en ze maken een rondrit met de tandem van een aantal dagen. Ze bieden me van alles aan om te eten, maar ik sla het af. Ik maak klaar wat ik in mijn tas nog vind aan eetbaars en kruip vroeg in bed. Na de regen is het flink afgekoeld, een heerlijk klimaatje om lekker in te slapen!
![]() | ![]() |



Geen opmerkingen:
Een reactie posten