dinsdag 11 juli 2006

Hoogtepunt!

Dag 12  |  Etappe 11  |  Pont-de-Poitte  |  103,2 km  |  976,9km


etappe_11Vooruit

Om zeven uur ontwaak ik uit een onrustige slaap. Alle botten in mijn lijf doen pijn van het dunne matras uit Darney, ik ben moe en het voelt alsof ik eerst nog een week moet slapen voordat ik weer kan fietsen. Ik draai me om zo goed en kwaad als dat gaat en slaap verder tot half negen. Naar buiten gekropen om mij heen kijkend stel ik vast dat de vlaamse dames vertrokken zijn, waarschijnlijk al voor zeven uur. De tent van A&A is nog gesloten, ik vermoed dat ze behoorlijk moe zijn van hun tocht van gisteren. Ik probeer wat gang te maken om te zorgen dat ik om 9 uur -hoe ambitieus- weg kan rijden. Onder het inpakken maak ik nader kennis met mijn belgische motorburen die gisteravond zijn gearriveerd. Zij rijden door Frankrijk over de departementale wegen en houden vakantie totdat het geld op is. Om 10.00u melden A&A mij dat ze naar het dorp rijden voor koffie en krwasands en daarna meteen de route weer oppakken, ze willen ook nog even bij de "fietsenmaker" op bezoek om de hydraulische remmen van de fiets van Annemarie af te stellen. Ik wens ze goede reis, ze beginnen meteen te riposteren dat ik ze wel zal inhalen.

Uiteindelijk stap ik om kwart voor elf op mijn fiets, al zwetend voordat ik ook maar een meter heb getrapt. Vandaag begin ik in het tweede deel van het routeboek, het voelt avontuurlijk om over de helft te zijn en weer nieuwe wegen te gaan verkennen. De afgelopen dagen heb ik met verschillende fietsers gesproken over het vervolg van de route. Er wordt met enig ontzag gesproken over de hellingen tot Pont-de-Poitte. Ik heb mij niet zo verdiept in het routeboek maar wel de hoogtekaartjes enigszins bestudeerd. Door de Ardennen was het voortdurend klimmen en dalen tussen 200 en 600 meter over een afstand van 180 kilometer. In de ervaring van de afgelopen week was dat het zwaarste traject. Hoewel dat moeilijk valt te beoordelen omdat daar de benen, het lichaam en de geest nog niet waren geaccomodeerd aan de zware belasting en extreme hitte. Ondanks die wetenschap ziet de komende etappe er niet gerustellend uit. De milde accidentatie van noord tot midden Frankrijk -ik bevind mij nu ter hoogte van Dijon- laat ik achter me. Er waren felle steile klimmetjes van vaak niet meer dan 50 tot 100 meter en maximaal 200 meter hoogteverschil. Nu laat het routeboek weer dezelfde hoogteverschillen als in de Ardennen zien. Minder in aantal, over een traject van "slechts 70 kilometer en met een redelijk "plateau" in het midden waar Pont-de-Poitte is gesitueerd. Toch heb ik vreemde visioenen over steile en woeste klimpartijen naar grote hoogten waar ik 's nachts in mijn zomerslaapzak ijzige kou zal lijden.

Na Lavernay duik ik een bosje aan de linkerkant van de weg in om de druk in mijn darmen wat te verlichten. Al vanaf de start heb ik aandrang en het blijkt diarretisch. Vermoed dat dit het gevolg is van het drinken van teveel gechloreerd water van de camping. Ik zet er op in om in St. Vit de supermarkt te plunderen voor flessenwater. Wanneer ik bij Ferrieres omhoog rijd komt Alexander me achterop. Op de top wacht hij op Annemarie en ik ben weer alleen. Het is twaalf uur als ik in St. Vit de supermarkt binnenloop. Even afkoelen in deze oase van airconditioning, binnen een paar minuten loop ik binnen te klappertanden. De conclusie is duidelijk: of de hele dag aan de rand van het zwembad in de schaduw, of lekker in de hitte maar dan wel fietsend. Andere goede keuzes zijn er bij deze hitte niet. Les Grottes d'Oselle passerend zie ik A&A het trapje afkomen, nog 1 keer en ze moeten trakteren! Even later rijden de belgische motorburen mij tegemoet. Tjee hier kom je wel voortdurend iedereen tegen.

De natuur is hier erg gevarieerd, nu eens open dan weer wat bosrijker. Na St. Vit wat afgravingen waarin meertjes ontstaan en de route volgt hier de Doubs. Bij de afslag naar Byans maak ik een sanitaire (no. 2,5) stop bij een pad dat omzoomd is door bomen en hegjes, lekker beschut dus. Ik hoop dat nu ik flessenwater heb de darmklachten snel verdwijnen, zo fietsen is wel het ultieme afzien. Wanneer ik van het toilet kom zie ik A&A net verderop de bocht uit komen en neem ik de actiefotograaf houding aan op het midden van de weg en neem twee shots. We kletsen heel even, ik hoor hun kibbelen over de plek om te lunchen en dat wordt -vanzelfsprekend- haar keus aan het water. We zeggen elkaar gedag en ik vermoed nu voorgoed. Mijn stops blijven kort en beperkt, ik moet de bus in Sts. Maries nog halen. Vandaag wil ik ondanks mijn fysieke ongemak Pont-de-Poitte bereiken.

Arc-et-Senans, iets met zout

In Liesle stop ik in de schaduw van een paar huizen om het routeboek te verbladeren. Als ik van mijn routeboek opkijk, schrik ik van een jonge blonde knul op een fiets naast mij, ik had 'm niet horen aankomen. Even later sluit een oudere versie aan: z'n pa. Bas (16) & Kees (53) uit Dieren maken voor het derde jaar een fietstocht. Deze keer fietsen ze de tocht die vorig jaar tot Besançon reikte verder naar Sts. Maries, we zitten op dezelfde weg. Vanochtend zijn ze daar per trein aangekomen. Wanneer ik verder rijd blijven zij nog even achter. In Arc-et-Senans stop ik bij het complex rond de zoutfabriek en maak een paar foto's. Ik merk dat ik behoorlijk hongerig ben en eet zoveel ik op kan. Voorbij Villers-Farlay rijd ik Bas en Kees achterop terwijl zij wat eten en drinken aan het begin van een klim. Ze verbazen zich erover dat ik achter hen reed, hebben dat zout-gedoe in Arc-et-Senans helemaal gemist. We maken nader kennis en voor de komende klim zijn zij mijn maatjes. In de huidige omstandigheden kan ik die mentale hulp wel gebruiken. Naast de hitte, droogte, buikklachten, moeie benen, duizelingen in het hoofd en de komende klim, is in deze omgeving ook nog eens het wegdek van een kwaliteit die ik zelfs in Belgie niet ben tegengekomen. Grote kuilen - drempels kennen ze hier nog niet -, afgeschraapt asfalt, gesmolten asfalt en split dat lekker in de groeven van je banden gaat zitten -hoewel dat bij mijn banden dan weer erg meevalt- of er met wat teer aan vast plakt. Het is voortdurend opletten dat je niet op dezelfde manier onderuitgaat als Beloki in 2003 in de negende etappe van die andere toer, een soort schaatsen op de fiets.

Door het kletsen met de heren en het wat hogere tempo omdat ik niet meer alleen rijd, kom ik meer en meer in mijn ritme. De problemen met mijn darmen zijn inmiddels zo goed als over en ik begin me goed te voelen. Het is al na tweeen maar nog niet op het heetst van de dag. In de felle klimmetjes die we hier tegenkomen ga ik af en toe staan om op kracht naar boven te rijden, het is een lekker gevoel om je even helemaal te geven. In de afdalingen geef ik vol gas en rijd de beide heren moeiteloos los - mijn bagage heeft een pact met de zwaartekracht -, Bas sluit telkens wat eerder aan. In Grozon fiets ik weer alleen, pa en zoon gaan even rusten. Poligny - een stadje van enig formaat sinds Lunéville - komt nu snel binnen bereik. Zoals ik mij nu voel durf ik het wel aan om door te rijden naar Pont-de-Poitte. Dan wacht mij na Poligny wel meteen de forse klim naar Plasne, met deze hitte... Wanneer ik op de N5 langs het industrieterrein voorbij de Intermarche fiets en overweeg hier boodschappen te doen, zie ik voor mij twee bekende silhouetten. In St. Vit heb ik meer dan voldoende ingeslagen een noodzaak tot winkelen is er niet, maar ja wie heeft daar nu een reden voor nodig? Het is al half vier, Pont-de-Poitte is nog 35 km, ik rijd door en sluit weer eens aan bij Sharon en Griet. Ze zijn voor acht uur vertrokken en hebben het voor vandaag wel gehad. De weg naar het centrum loopt op en Sharon gaat op kop in een krachtige stijl. Op het plein kletsen we nog wat in de schaduw en nemen dan afscheid - naar ik vermoed voorgoed-, zij blijven hier "het is te warm" volgens Griet. Dat vind ik inmiddels niet meer, het koude zweet loopt over mijn rug, en roep keihard "C' est froid içi" - het is pas 37 graden hier - en onder hard gelach rijd ik het dorp uit, "gekke hollander" zie ik de Fransen denken.

Plasne

Op weg naar de klim die net buiten het dorp begint, denk ik met enige weemoed - nu al - terug aan de momenten dat Sharon&Griet mij vergezelden sinds afgelopen vrijdag. Ze hebben mijn tocht minder "eenzaam" gemaakt en me wat stof tot nadenken meegegeven. Telkens wanneer ik de afgelopen twee weken in contact kwam met anderen bracht dat me ook weer dichter bij mijzelf. Nadenken over wat het is in anderen dat je aantrekt en afstoot verruimt ook je blik op dezelfde eigenschappen bij jezelf. Inmiddels ben ik aan het klimmen geslagen en zijn alle "hogere" gedachten verdwenen. Terug naar de werkelijkheid van dit moment, basaal trappen, hijgen, zweten, verzitten, hoe lang nog, hoeveel al, kan ik al stoppen, ff een slokje, oei pas op, tering vrachtwagen kun je niet wat rustiger rijden, wat een klote grind hier, au een steentje tegen mijn benen, woedend gebalde vuist naar auto, als ik maar niet in die gesmolten asfaltplak rijd, tjee wat brandt die zon op mijn armen, hijg hijg puf puf, hijg hijg puf puf, heb ik al een mooi uitzicht, even omkijken naar Poligny, goh toch wel mooi hier, doorfietsen, waarom planten ze hier niet wat meer bomen langs de weg, dat asfalt is echt levensgevaarlijk als je naar beneden wilt, hmm lekker ritme wel, als ik maar niet ga slingeren, ik kan niet meer, ik kan niet meer, dit is echt te zwaar, nog 100 meter dan, na de volgende bocht, auw alweer een steentje tegen mijn benen wat een eikel die chauffeur, nog ff verder, daar waar de bomen beginnen daar stop ik, je kunt hier nergens stil staan, met al die vrachtwagens die voorbij denderen vol met grind da's te gevaarlijk, daar aan de linkerkant bij die vangrail, daar stop ik, maar dan kom ik straks niet meer weg veel te steil, kom op stoppen, dorst, pas op die auto, dorst, honger, moe, pijn in benen, wacht op die vrachtwagen, stoppen nu, STOPPEN!

M'n fiets gaat met een smak tegen de vangrail, ik strompel een paar meter en ga op de vangrail zitten, hoofd in handen, blaasbalg in mijn borstkas op allerhoogste tempo. Wat een uitputting, wat een hitte, wat een dorst, wat een "honger", wat een zelfkwelling. Vijf minuten later zit ik te bunkeren met cola, snickers, rozijnenbroodjes. Hier wil ik snel weer weg, om de minuut een grote truck in grote vaart bergop of af hier in deze onoverzichtelijke bocht. Daartussen door allerlei idiote fransen op te hoge snelheid over dit in verschrikkelijk slechte staat verkerend asfalt. In de schaduw koel ik snel af met mijn overbezwete lijf en natte kleding. Ook al zou ik nu uren kunnen rusten, mogelijk heb ik pas de helft of minder van de klim gehad en nee terug ga ik niet. Nog geen tien minuten na mijn strompeling van de fiets af, hijs ik mezelf er nu weer op. Zonder aanloop - 22 meter uit stilstand - zet ik met heel mijn gewicht aan om weer op gang te komen. Hee, dat gaat soepel! Het lijkt alsof het hellingspercentage van deze berg in tien minuten is gehalveerd. Wat een recuperatie, meteen heb ik goede zin, zit ik in mijn ritme en is het tempo hoger dan hiervoor. Meer bomen flankeren de weg en na een paar honderd meter passeer ik de uitrit van de grindtrucks. Het is hier rustiger en het genieten is weer begonnen.

Toppie...

In Plasne kruis ik weer eens de grote trek van de koeien. Hierna is het terrein glooiender, lijkt het wat koeler en is het erg rustig. Van de ene helling zoef ik naar de andere. Bij Cirque de Ladoye stop ik even voor wat foto's van dit indrukwekkende natuurverschijsel en stap dan snel weer op. Ik doorkruis wat kleine dorpjes waar nog minder gebeurt dan in Almelo - hoe is het mogelijk - en sta na een een half uurtje door een bos opeens op het hoogste punt van mijn Toer, Col de la Percée 579m. Hé, zo kan het ook. Zonder noemenswaardige inspanning - euh, de gevolgen van de inspanningen tussen Poligny en Plasne zijn alweer uit mijn lijf verdwenen - ben ik hier boven gekomen, duh. Weer wat materiaal voor het "plakboek", helm op en in volle vaart duik ik naar beneden over de brede slingers naar Châtillon. Voor de terugweg bedenk ik meteen dat dit omhoog nog zwaarder is dan de klim naar Plasne, oeps. Ik zoef door het enigszins wintersport-vakantie-aandoende dorpje over een haarspeld bocht verder richting het dal van de Ain, nog maar iets meer dan 10 kilometer en ik ben er! Camping links, nah te vroeg, camping rechts met zwembad, nee toch maar naar Pont-de-Poitte, en ik heb nog proviand nodig. Alles gaat nu vanzelf ook helling op lijkt vals plat maar dan naar beneden.

Amandine

Kwart over zes, Pont-de-Poitte, Camping Les Pecheurs bereikt. Ondanks het lekkere fietsen van het laatste half uur voel ik me op het moment dat ik afstap volledig gesloopt. Dit is de zwaarste dag tot nog toe - de rit naar Brulange ligt alweer ver achter me- zondermeer. Toe aan een biertje en wat conversatie bedien ik mezelf uit de koeling van de receptie, neem binnen plaats op een barkruk en praat wat met de juffrouw van de receptie. Na dit eerste biertje zoek ik een plaatsje op de camping, voordat ik zover weg ben dat dat me niet meer lukt en maak daar kennis met de buren: Henk&Henk. Ze zijn zwagers en beiden met hun vrouwen en kinderen 2 weken in de Jura. Gezellige Brabanders uit Eindhoven en Tilburg. Ik zet snel mijn tent op neem een douche en haast me naar het dorp voor boodschappen, de winkel gaat vroeg dicht. Hier matig assortiment en daarbij horende prijzen: hoog.

Pont-de-Poitte

Na het eten maak ik bij de receptie nog een praatje met Amandine de receptioniste. Het is nog erg rustig, pas vanaf 14 juli komt het seizoen in Frankrijk op gang. Ze werkt hier voor het eerst en is deze week begonnen. Terwijl ik mijn frans oefen praat zij engels en duits. Dit is voor haar vakantiewerk om haar studie - grafische kunst - te kunnen bekostigen. Samen met haar vriend, die makelaar is, bewoont ze een boerderij in een dorp hier zo'n dertig kilometer vandaan. Ik koop wat kaartjes en een fles water - vergeten in de super - neem een foto van Amandine en met een wederzijdse succeswens nemen we afscheid. Na de afwas en de was geniet ik buiten mijn tent nog even van de avondlucht en de rust en drink nog een biertje, de laatste laat ik dicht. De brabo's nodigen mij uit om aan te schuiven wat ik met tegenzin afsla, het is al half twaalf en mijn doel is nog lang niet in zicht.

TerugVooruit

1 opmerking:

RobT zei

Inderdaad! In verhouding met een Ventoux van 1912m lijkt het weinig, maar het gaat om de mentale en niet om de fysieke meters. En die mentale worden exponentieel langer naarmate het aantal fysieke toenemen.