donderdag 13 juli 2006

Knallen!

Dag 14  |  Etappe 13  |  Meyrieu  |  120,2km  |  1148,3km


etappe_13Vooruit

Vannacht heeft het toch nog geregend, dat maakt het nu om half zeven wat aangenamer dan gisterochtend, minder benauwd in elk geval. Sinds ik in Frankrijk rondrijd is het steeds erg benauwd geweest, de ene dag wat meer dan de andere. De rustdag in Marnay was de eerste heel hete en geheel onbewolkte dag. En de dagen sindsdien is het alleen maar heter geworden. Tot hier heb ik de laatste regen in Lunéville gezien, een week geleden. Wel waren er vaker ergens donderwolken in de verte, maar die losten dan weer op of lieten anderen genieten van een verkoelend buitje.
Sharon en Griet zijn al bijna klaar met inpakken wanneer ik mijn tent uit kom. Hun activiteiten inspireren mij om ook aan de slag te gaan. Snel douchen en dan ontbijten en opbreken. Het lukt! Net voor achten sta ik bij de bakker, dan nog proviand bij de "wiet a wiet" en om kwart voor negen rijd ik over de brug naar de andere oever van de Ain. Er ligt nog een hele dag voor me, het is koel aan deze oostelijke en dus de beschaduwde oever, zolang de zon nog niet te hoog staat.

Bordjes in Thoirette

Het is heerlijk om langs de groene oevers van de Ain te fietsen. In tegenstelling tot wat ik vanochtend vermoedde is het hier glooiend en zelden steil. Zo in de schaduw is de temperatuur aangenaam, in deze omstandigheden is het een eitje om naar de Middelandse Zee te fietsen. Na een uurtje ben ik helemaal gewend aan deze omstandigheden en kan ik me al niet meer voorstellen hoe het is om in de immense hitte van de afgelopen dagen af te zien op de fiets. Wel merk ik dat door combinatie van de koelte en mijn geconditioneerde vochtinname, mijn nieren harder werken en ik regelmatig moet stoppen voor een afwateringspauze. Elk voordeel...
De Ain is hier breed en de oevers glooien er langs. Nu eens rijd ik vlak langs het water en dan weer kijk ik er vanuit de hoogte op. De vele bruggen laten merken dat aan beide kanten economische centra liggen die met elkaar verbonden moeten worden: Lyon en Genève met het achterland van Noord-Italië. In deze oase van rust vergeet je dat gemakkelijk. In de bredere stroom van de Ain is er volop waterrecreatie. Hier tussen de bergen kan het vanaf het middaguur behoorlijk waaien en nu al zijn er zeilbootjes - ik herken wat optimistjes, leuk voor de kids - aan het dobberen.

Om elf uur is het voorbij met de pret wanneer ik Ponçin bereik. De zoveelste poging om wat postzegels te scoren voor ansichtkaartjes, strandt in goede bedoelingen. Het postkantoor is bij uitzondering nu eens wel open, maar de mensen voor mij hebben moeilijke transacties en dat wordt door de beambte met de franse slag behandeld. Dit duurt mij allemaal te lang. Ik heb nog niet echt een target voor vandaag maar wil wat van de schade van gisteren goed maken, 100 kilometer is dan wel het minste. Tot aan Vaulx-Milieu vlakbij Bourgoin-Jallieu, dat is naast Aire de l'Isle d'Abeau op de A43 - voor wintersportgangers die over Lyon rijden een bekende plek -, ziet het parcours er vlak uit. De komende 70 kilometer geen klimmetjes dus, dat wordt knallen!
Nadat ik de Ain weer kruis heb ik de eerste vlakke baan voor me liggen, met zo'n 30 km per uur rijd ik nu in de volle zon mezelf in het zweet, ff uit proberen, het is erg lang geleden dat ik op eigen kracht zo'n snelheid kon ontwikkelen. Daarvoor was ik de afgelopen twee weken voornamelijk afhankelijk van de nukken van de zwaartekracht. En nog steeds lijkt die mij niet goed gezind. Pont-d'Ain kost me meer tijd dan me lief is, te druk, te veel vrachtwagens, onrustig verkeer. De Pont zelf is een verschrikking om als fietser over te rijden. Daarna meteen over de N75 tussen het zware verkeer, als ik 90 in het uur kon rijden geen probleem, maar nu wordt ik soms weggeblazen. Gelukkig is er na een kilometer een ontsnapping naar rechts, pfoeh dat was ff spannend. Na de absolute rust van vanochtend valt dit weer heel erg tegen.

Bonbois

Op de brede stroken gras naast de zeer drukke N75 hebben zigeuners - tenminste ik denk dat ze dat zijn, anders zou zwervers een goede betiteling zijn - hun kamp opgeslagen. Zo van een afstandje ziet het er armoedig en vervuild uit. Kapotte auto's, rotte matrassen, speelgoed overal, vervallen caravans en woonwagens, vervuilde kinderen en volwassenen. Misschien is het zelfverkozen en zijn zij gelukkig met hun vrije status.
Even verderop kruis ik de snelweg naar Lyon en rijd over lange lanen met heerlijk veel schaduw. Het middaguur is verstreken en de hitte ongenadig, ook neemt de benauwdheid weer toe. Ik ben bezweet, plakkerig en de frisheid van vanochtend is mijlen ver weg. Aan de rechterkant een enorme camping, maar ik ga naar links langs een zandgroeve waar vrachtwagens af en aan rijden. Ff stoppen om het stof uit mijn keel te spoelen. Wanneer ik de voormalige woonplaats van Antoine de Saint-Exupéry voorbij ben, pauzeer ik voor een klein bosje aan de rand van een open veld. Aan de overkant van de weg een enorm hek met prikkeldraad en een bordje dat het militair terrein is. De omgeving hier ziet er niet uitnodigend uit: kaal, rommelig, industrie, open, droog en dor. Dit is in schril contrast met waar ik mij vanochtend bevond, ik wil hier snel weer weg. De hoge aandrang van de afgelopen minuten dwong me echter naar de kant. Nog steeds zijn mijn darmen niet in optima forma, vermoedelijk draagt de inspanning in de hitte ook niet bij aan verbetering.

Wanneer ik sta te lunchen stopt een fransman op een fiets. Hij vraagt of ik pech heb en waar ik naar toe ga, hij gelooft me maar half. Blijkbaar is het niet zo vanzelfsprekend hier als fietser te staan, hij kijkt erg verbaasd, ik ben het: een fransman op een fiets! We praten kort, ik heb niet zo'n zin in een gesprek en vooral honger, dorst en "haast". Even later, bij het oprijden van het viaduct over "de snelweg naar de zon" blokkeert mijn achterderailleur de ketting. Half vallend kom ik tot stilstand in de klim. Hier in de meedogenloze hitte stilstaan, terwijl er geen schaduwplek in de buurt is en het asfalt heter straalt dan de directe zon, is nou niet hetgeen ik naar uitzag. Even rustig ademen en de schade opnemen. Het restje kabel op de derailleur blijkt in de tandwielen van de derailleur vast te zitten. Een ferme ruk en het is gemaakt, even ombuigen en de oplossing is structureel. Gelukkig, dat viel mee, behalve dat mijn handen behoorlijk onder het vet zitten. In plaats van ze af te vegen aan mijn shirt (weer een Harrie moment) pak ik een vochtig tissue uit mijn zadeltas en wrijf ze daar grotendeels mee schoon. Nu vlug over de snelweg voor een beetje verkoeling in de afdaling.

Serrières-s/Ain

In Chazey-s/Ain tref ik Sharon & Griet op het terras aan de lunch. Het is één uur en zij houden het voor gezien. Tja met mijn krappe tijdschema heb ik natuurlijk geen ruimte voor een uitgebreide lunch.
Ik moet door, door, door. Voor hen eindigt de dag 5 kilometer van de route bij Blyes, hier vlakbij. Van de route afwijken wil ik zo min mogelijk. De eerst volgende camping is dan in Meyrieu, nog 60 kilometer, in dit tempo nog 4 uur. Tussen 4 en 5 stoppen lijkt mij voor vandaag ok, dan moet ik nog behoorlijk doorrijden. Het is vandaag donderdag maar voor de winkels een zaterdag. Morgen, le quatorze juillet, zijn alle winkels gesloten, zelfs de winkels die normaal op zondag wel open zijn. Ik moet vandaag dus shoppen voor twee dagen, da's balen. Ik raak er een beetje door uit mijn hum. Het verstoort mijn dagelijkse ritme, waar ik inmiddels zeer aan gewend ben. Die stomme fransen met hun revolutie gooien mijn dagelijkse structuur en zekerheid in de war. En dan zal ik morgen in elk dorp ook wel worden opgehouden door allerlei optochten, braderieen en feestgewoel. De hitte, uitputting en voortdurende dorst en eetlust tasten langzaam de moraal aan. Vanochtend nog opgewekt, maar nu 4 uur en 60 kilometer verder al onder het nulpunt. Dit is 1 van die momenten die elke dag in meer of mindere mate wel voorbij komen. Vandaag wat meer. Remedie? DOORFIETSEN!!!

Zo bedacht zo gedaan. In Blyes heb ik een blij moment wanneer ik op het dorpsplein een medefietser ontwaar - nog niet eerder gezien, zal een mysterieuze fietser blijven - die op een bankje uitgebreid luncht. Ik niet, ik rijd door: things to do, places to go. Ondanks de hitte, ondanks mijn negatieve humeur dat nog verder daalt, ondanks de dorst en ondanks de vermoeidheid, ik ga door. Loyettes is niet mijn plaats om te zijn - wat een klote plek, misschien dat ik later inzie dat mijn blik door de omstandigheden is vertekend: nu niet - hoewel ik hier voor het eerst de Rhône kruis, een geografische mijlpaal. De weg het dorp uit is verwarrend en ook daarna heb ik het idee steeds verkeerd te rijden. De vermoeidheid begint zijn tol te eisen. In Tignieu word ik aangemoedigd als een held uit die andere toer: "Bon chance!" en "Courage!". Het sterkt de moraal weer, voor even dan. Voortdurend probeer ik mezelf op te peppen om door te rijden, het blijkt steeds lastiger. Voor de klim bij Mianges stop ik voor wat proviand inname. Even uitrusten, bijkomen en de tank bijvullen. Tien minuten, een kwartier hooguit maar wel even bijkomen. Ondertussen raadpleeg ik de komende route naar Meyrieu: de aanduiding (klim) zie ik op 4 regels staan. Dat betekent dat er nog veel geklommen moet worden.

Ook na deze stop is de moraal nog laag, maar ik heb weer een volle maag en dat voelt een stuk aangenamer. De klim valt mee en daarna volgen wat aangenamere weggetjes dan tot nu toe. Het landschap is sinds Ponçin erg saai en enigszins lelijk. Vermoedelijk verkeert mijn hoofd nog ergens langs de stromen van de Ain en daarmee strookt deze werkelijkheid totaal niet. Nadat ik de A43 ben gepasseerd en Vaulx-Milieu uitrijd, zie ik een zeer steile helling voor me. Hé, die staat niet in het boekje! Nog meer klimmen dus. Hier ga ik slingerend omhoog, de volle breedte van de weg gebruikend, zo steil heb ik eerder alleen ervaren vlak voor Jésonville. Toch blijf ik tot boven in het zadel, maar daar moet ik dan ook meteen aan de zuurstof. Wat is dit uitzonderlijk zwaar, aan de kant van de weg zit ik wel een kwartier bij te komen. Ik drink de helft van de resterende cola en hoop dat de toekomstige klimmen minder zwaar zijn. Mogelijke is dit ijdele hoop, als deze klim al niet in het boekje stond...

Na Four neemt de begroeiing toe en ziet de wereld er ineens aangenamer uit. Voor de klim naar la Grande Forêt ga ik er maar eens goed voor zitten. In meerdere etappes gaat het hier van dorp naar dorp omhoog in een lange bijna voortdurende klim. Bovengekomen voel ik me een hele pief. Mijn lijf doet het weer, ik fiets en het gaat vanzelf, mijn humeur is ontdooid en ik kan weer lachen: ik ga het halen! Hier neem ik nog een verkeerde afslag maar bemerk al snel dat ik in aantallen kilometers niet slechter af ben. Wel begin ik haast te krijgen. Ik weet niet precies tot hoe laat de winkels open zijn, maar wil ruim voor 6 uur op de camping zijn zodat er nog genoeg tijd voor boodschappen doen over is. Bij Meyrieu staat een supermarkt aangegeven in het routeboek, dus dat zal goed komen. Na Artas gaat het nog 1 keer omhoog en dan opeens storm ik in vliegende vaart op Meyrieu af. Ik kom in het kleine centrum uit en begin meteen te scannen naar de supermarkt. Bij verschillende mensen krijg ik dezelfde reactie op mijn vraag waar deze is: "niet". Da's balen, de dichstbijzijnde is in St Jean: 7 kilometer van hier. Maar wel tot 8 uur open dus ik heb nog even: het is half vijf. Eerst maar de camping. Dat blijkt een enorm reacreatie gebied te zijn met stranden en bootjes en animatie voor kinderen en een restaurant. De camping is een beetje weggestopt maar qua formaat past het bij deze semi kermis. Het hele terrein is afgezet met grote hekken met prikkeldraad en de toegang met elektrische bediende extra stevige stalen hekken die na tien uur 's avonds op slot gaan. Bij de ingang een paar brede knapen die ook 's nachts de wacht houden en een verschrikkelijk agressieve hond aan een stalen ketting die meteen afstormt op mijn kuiten. Ik schrik me rot, had het beest niet gezien en niet verwacht.

Wanneer ik ben geinstalleerd doe ik wat nog moet: boodschappen. Zonder bagage leg ik de 7 kilometer naar St. Jean in 12 minuten af. Wat rijd dat lekker zonder bagage, ik vlieg werkelijk over het asfalt. Nu gaat het hier gelukkig naar beneden en heb ik de wind in mijn rug, hoe moet dat straks op de terugweg? Op dit moment merk ik aan niets dat ik vandaag meer dan 120 kilometer en 8 uur in het zadel achter de rug heb. Zo fris als een hoentje na een eersteklas douche pedaleer ik door St. Jean, een beetje flanerenderwijs. Heerlijk het is zomer en ik heb vakantie, zo'n gevoel. Helaas kan ik uit de goed gesorteerde supermarkt niet alles meenemen waar mijn oog op valt: te klein behuisd en gebrek aan een koelkast. Er blijft nog voldoende lekkers over en zeker voor vanavond staat wat speciaals op het menu. Terug op de camping ben ik helemaal total-loss. Nu is het noodzaak om snel iets te eten en ik begin meteen met koken. Onderwijl maak ik een praatje met Romke die hier al een tijdje op de camping staat met vrouw en kind. Wanneer ik van mijn maaltje zit te genieten komt de vrouw van Romke me uitgebreid op de hoogte stellen van alle leuke grotten hier in de buurt. Tja en dan was ik net even toe aan rust...
Tijdens het bijwerken van mijn log dwingt een zware onweersbui me naar het wasgebouw te verkassen, bovenop de wasmachine laat ik de dag nog even aan mij voorbij gaan. Als het nog een beetje drupt maak ik mij klaar voor de nacht en duik lekker in mijn slaapzak. Rust!

TerugVooruit

Geen opmerkingen: