Dag 15 | Etappe 14 | St. Donat s/l'Herbasse | 68,5km | 1216,8km
![]() | ![]() |
Vannacht ben ik vaak wakker geweest. Geestelijk en lichamelijk erg onrustig. Na de onweersbui van gisteravond sliep ik al snel maar vanwege mijn plek naast de sanitair gebouwen was het nog tot zeer laat, half twee gok ik, onrustig rond mijn tent. De afgelopen dagen voel ik mij vooral 's ochtends fysiek uitgeput, iedere dag iets meer. Ook vandaag ben ik weer om half zeven op en vol goede moed om op tijd te vertrekken. Het is me gisteren erg bevallen om in de koelte van de ochtend te rijden en te genieten van het besef nog een lange dag voor me te hebben. Mijn vermoeidheid maakt dat ik maar langzaam op gang kom. Ik zie op tegen het fietsen en weet dat het parcours ook nog eens start met een fikse klim en als ik ergens een hekel aan heb...
Daar komt bij dat de camping hier mij wel bevalt. Het sanitair is uitstekend voor elkaar, de prijs is redelijk en er is van alles te doen in de omgeving. Mijn lijf en geest zijn toe aan rust, veel rust.

Tijdens het inpakken maak ik een praatje met een vlaamse uit Lommel als zij een lading bidons komt vullen bij de wasbak. Met haar vriend rijdt ze naar Avignon en ze zijn vijf dagen geleden in Metz vertrokken, ruim honderd kilometer per dag. Hij is wielrenner, ik zie 'm later z'n haar doen, hij ziet er erg profi uit, kan zo in de reclame. Zij klaagt over pijn in heel haar lichaam en dat ze van 9 tot 6 op de fiets zitten. Hmm, is dit zelfkwelling, opoffering, sadisme? En ze leven nog lang en gelukkig.
Een kwartier na hen ben ik ook op weg, ervan overtuigd ze niet meer te ontmoeten. Nog niet helemaal wakker en met koude spieren sta ik bijna stil op de eerste klim. Dit haat ik en ik ga hier - zo weet ik nu al - de hele dag last van hebben. Tien juni flitst even door mijn brein. Gelukkig biedt de omgeving een mooie aanblik, groen, veel bos en af een toe een zeer smal paadje dat overgroeid is door bomen zodat ik met het weinige licht en mijn zonnebril op welhaast blind ben. Hier rijden af en toe fransen op de fiets me tegemoet. Het is lachwekkend te zien hoe uitbundig ze andere fietsers begroeten, het wordt tijd dat de fransen de wereld eens gaan ontdekken.
Na le Grand-Serre heb ik alweer voldoende klimmetjes in de benen en is het beste er voor vandaag wel af. Veertig kilometer, half twaalf en wel weer genoeg voor vandaag. Mijn lijf voelt gesloopt, ik heb een zere keel en mijn linker oor zit dicht. Gisteren was het mijn rechter oor, ik vermoed een koutje van het terras in Thoirette en de overmatige inspanning van gisteren als veroorzakers. Ben ik gisteren te overmoedig geweest? Had ik het toch maar bij Blyes moeten laten en lekker lunchen en luieren ter recuperatie? Tja, ik ben nu hier en moet vanaf hier verder. In het dorp word ik uitgenodigd voor de dorps festiviteiten ter ere van 14 juli. Het overdekte dorpsplein zit vol met mensen, voornamelijk ouderen. Ik sla de uitnodiging af, wil nog wat fietsen voordat het te heet wordt. Wanneer ik het dorp uitrijd komt de knul van het bankje in Blyes me tegemoet, we stoppen geen van beiden, we blijven mysterieus voor elkaar. In Hauterives ga ik op zoek naar het Palais Idéal en aan het water in de schaduw van een boom lunch ik uitgebreid. Voor het eerst sinds ik onderweg ben neem ik uitgebreid de tijd en rust om te eten en bij te komen. Niet in een kwartier eten en drinken en dan weer op pad. Nee, nu is het een uur, en ik ga zelfs even op het gras liggen met mijn ogen dicht. Misschien is dit wel goed: een signaal van mijn lichaam dat het op de grens zit en het tempo omlaag moet.

Na de lunch kom ik maar langzaam op gang. Even overweeg ik de camping in Hauterives en laat dat weer varen: minimaal 60km wil ik per dag kunnen halen, ook vandaag. Het klimmen valt me zwaarder en zwaarder, het aanzetten lukt nog maar net en in een stapvoets tempo gaat het omhoog. Op weg naar Bathernay, na Tersanne, stop ik vanwege de hitte. Net na enen, ik zweet rivieren maar koel geen graadje meer af. Aan de kant van de weg zit ik een kwartier in de schaduw van een boom. Haast levenloos geniet ik van het spel dat twee vlinders met elkaar spelen. Het lijkt wel tikkertje. Langzaam kom ik weer bij zinnen, dit lijkt mijn Waterloo, wat ben ik moe. Hierna gaat het even beter maar na de klim naar Bathernay, een half uurtje later, moet ik weer pauzeren. Op een bankje met een beetje schaduw geniet ik ondanks mijn uitputting van het uitzicht vanaf mijn hoge positie. Zo gaat het niet langer, besluit ik hier. Ik moet stoppen met deze waanzinnige tocht. In elk geval voor vandaag. Mijn lichaam is gesloopt en ik weet niet wat er gebeurt als ik maar door blijf fietsen. St. Donat ligt aan het eind van de afdaling na dit dorp, daar is een camping, daar ga ik stoppen. Ook al is het dan pas 2 uur, ik stop, ik zit er doorheen. Tegen de hitte vandaag ben ik niet opgewassen, niet in deze conditie. Al om negen uur vanochtend was het bloedheet.
In St. Donat kom ik kapot over de meet, het opzetten van de tent duurt wel een uur. Naast mij staat een fransman met fiets en tent! Hij doet een rondje Frankrijk en komt uit Lille. Ik blijf me verbazen. Wanneer mijn tent staat ga ik douchen en lig daarna een paar uur aan het zwembad. Ter verzachting van de keel en het aanvullen van reserves eet ik twee Magnums, heerlijk! Na het avondeten en het kijken op afstand naar het vuurwerk, lig ik om half elf in mijn bed, nog steeds doodmoe. Hopelijk is het morgen beter.
![]() | ![]() |



Geen opmerkingen:
Een reactie posten