woensdag 19 juli 2006

FF Bijkomen

Dag 20  |  Rustdag  |  Sts. Maries de la Mer  |  0km  |  1526,2km  |Vooruit


Vroeg naar bed is vroeg op. Ook op de eerste rustdag was ik rond zonsopgang uit de veren. Nu weer, het is zes uur en ik ben klaar wakker. Het vooruitzicht van een rustdag maakt dat ik me extra fit voel. Prima uitgangspunt voor een dagje nietsdoen. Met de fiets via de hoofdingang naar het strand. De artiestenuitgang is pas vanaf zeven uur open. Tussen de ochtendvissers geniet ik van de eerste zonnestralen van de dag. Om zeven uur passeer ik de opperkampwacht bij de strandingang, de hond is ook een stuk wakkerder dan gisteren en gromt vervaarlijk. Om acht uur sta ik fris gedouchet voor de supermarkt te wachten tot deze opengaat. Ik heb zin in een uitgebreid ontbijt en ik ben niet de enige. Het halve dorp is uitgelopen om in de ochtendkoelte boodschappen te doen. Op de camping tref ik mijn vlaamse vriendinnen die zich klaar maken voor een ochtendje aan het strand. Ze gaan vanmiddag vertrekken: langzaamaan op weg naar Avignon en vandaaruit de nachttrein naar Lille. Morgen zijn ze alweer thuis... Na mijn ontbijt - dat me erg goed smaakt na het junkfooddiner van gisteren - doe ik de was. Daarna ben ik vrij voor de rest van de dag. Oh ja, nog wel even mijn fiets nalopen.

Ochtend

Een paar uurtjes aan het strand leveren me een roodverbrande rug op. Ik rommel nog wat met de was, kijk al m'n spulletjes eens na en geniet van het trage tempo van deze dag. De middag breng ik door in het centrum. Op weg daarnaartoe zie ik van rechts een bekende het dorp binnenfietsen: ook Nathalie heeft haar doel bereikt. Ze is wat daagjes in Avignon blijven hangen voor het theaterfestival. Ze straalt niet echt "behoefte aan gezelschap" uit en ik laat haar maar alleen zodat ze kan genieten van haar moment van triomf. Ze vertelt dat ze op het strand wil gaan slapen, want: "de campings zijn hier zo duur". 't Is een verrassende conclusie van deze tocht: juist de Belgen zijn erg op de centen! De Hollanders klagen alleen maar over het weer. Bij de oprit naar het strand nemen we afscheid, ik vermoed voorgoed. Dat is een kenmerk van het reizen: mensen komen en gaan. Veel contacten zijn vrijblijvend maar daardoor niet oppervlakkig. Met velen, hoe kort het contact ook was, voel ik me verbonden. Misschien door de manier van reizen en het gemeenschappelijk doel. Het delen van eenzelfde verlangen maakt mogelijk dat je sneller tot elkaar komt. Er is wederzijds begrip voor de wens om onderweg te zijn en het gevoel van vrijheid dat daarbij hoort. Vrijwel iedereen die ik ontmoet is gesteld op die vrijheid en heeft ook respect voor de behoefte aan vrijheid van de ander.

's Middags ga ik bij de creperie waar ik gisteren een colaatje dronk op het terras zitten. Een rustig tentje met een mooi binnenpleintje en uitzicht op de kathedraal (!) van Sts. Maries. Ik schrijf wat kaartjes, het is een rustdag dus er is ruim de tijd om naar het postkantoor te kunnen gaan voor postzegels. Daarna wandel ik nog wat door het stadje, er is een markt. Dat wil zeggen dat er in alle straatjes wat kraampjes staan. Het kan ook een braderie zijn. Voor mij maakt het niet uit, ik geniet. Op een muurtje op het pleintje voor de kerk ga ik op het meest schaduwrijke plekje zitten. Het is nog steeds heet, ach waarom vermeld ik het nog. Ik heb een boekje bij me en wel zin om even wat te lezen. Iedere schrijver heeft zo af en toe de woorden van een ander nodig. Voor inspiratie, of ter afleiding van z'n eigen verhaal zodat dat verder kan rijpen.

Mireille heeft een boekje met reisverhalen in mijn bagage gestopt. Reisverhalen over de Provence, hoe toepasselijk. Een 'wisselboek' schrijft ze op het titelblad. RobL vertelde me vorig jaar dat hij op z'n fietsreizen een boek meeneemt dat hij ruilt met anderen zodra hij het uit heeft. Een nog reislustiger boek dan het mijne: ik had in Bourcy al besloten dat dit boek ook weer terug naar Amersfoort moest. De verhalen zijn om meerdere redenen inspirerend. Drie ervan gaan over de Mont Ventoux. Het bekendste is de brief van Petrarca aan Dionigi da Borgo uit 1336, 670 jaar geleden en nog steeds in druk! Mulisch eat your heart out... (kijk hier vanaf tijdstip 11:14)

Petrarca verhaalt over zijn tocht naar de top van deze berg, te voet. Geen brede asfaltwegen met vangrails, maar smalle geitenpaadjes over rotsige kammen en doornige struiken. Het verhaal is een uitgebreide metafoor voor de reis die het leven is. Inspirerend en bemoedigend beschrijft hij zijn overpeinzingen wanneer hij wederom een "gemakkelijkere" route heeft gekozen die hem echter verder van de top brengt dan de rechte maar veel steilere en zwaardere weg naar boven. In hoeverre wil hij de top bereiken - metafoor voor een gelukzalig leven - en daarvoor de benodigde inspanning leveren en het risico lopen het dal in te storten? Wil hij het echt? Of zou hij het wel willen, maar is enkel de gedachte aan het bereiken van de top al voldoende? Met Ovidius sprekend: "willen alleen is niet goed, de begeerte te slagen is noodzaak". In het verhaal herken ik de mentale aspecten die ook mij op mijn reis naar de Middelandse Zee bezighouden. Juist de geestelijke dwalingen zorgen voor het grootste oponthoud, of weerhouden je er zelfs van om op je bestemming te geraken.

Van de door Julian Barnes in 2000 beschreven beklimmingen van de Mont Ventoux in de Tour de France, raak ik meer en meer enthousiast over deze berg. Het idee dat eerder al tussen Sharon en mij leefde om die berg op te fietsen, verschijnt weer op de voorgrond. Misschien moet ik het toch maar gaan doen. Het beeld over het fietsen op deze magische puist is niet langer afschrikwekkend. Nee eerder is het nu uitdagend. Na het verhaal van Jan Donkers ben ik bijna om. Hij fietste op 41 jarige leeftijd met zijn 23 jaar jongere zoon de berg op. In april notabene, er ligt dan nog sneeuw op de top. Het verhaal is licht hilarisch, maar ook een mooi voorbeeld van wat Petrarca beschreef. Donkers wilde wel erg graag omhoog, hij baalde zelfs van de sneeuw die hem uiteindelijk afhield van het bereiken van de top. Ik ben nog geen veertig, dus als die Donkers omhoog kan, dan kan ik dat zeker bedenk ik stoer.

Middag

Genoeg gelezen, tijd voor actie. Loom pak ik mijn spullen in mijn rugzak en wandel naar de ingang van het kerkje. Je kunt hier het dak op voor een mooi uitzicht over de Camargue. Dat wil ik wel eens van dichtbij aanschouwen. Wanneer ik 2 euro heb betaald mag ik het wenteltrapje op naar het "terrasse de l'eglise". Binnen dit zandstenen gebouw is het meteen tien graden kouder dan buiten, ik ril even wanneer ik halverwege merk dat m'n warme zweet van zoeven m'n rug snel afkoelt. De beklimming is maar kort. Boven sta ik meteen op het dak, in de schaduw zodat m'n ogen kunnen wennen. Buiten de klokketoren is dit dak weinig interessant. De view over het dorpje is mooi, compact klein dorp met daarachter de uitgestrekte wetlands van de Camargue. Prachtig met dit late middaglicht. Een inspirerende omgeving voor een schrijver uit de romantische periode. Achter mij de Middelandse Zee: een uitgestrekte spiegelende vlakte, nu met de laaghangende zon een grote plaat van licht, te fel om naar te kijken.

Het terras van het dak is een smal pad om het eigenlijke puntdak heen. Ongeveer een meter breed, net genoeg om elkaar met wat wringen en draaien te kunnen passeren. Onder de klokketoren bevinden zich de opgangen naar het dak -boven de kruising van de kerk- aan beide zijden via een openstaande deur te bereiken. Doorlopend kom je dan uit aan de andere kant: het gedeelte boven de apsis. Hier is wat meer schaduw omdat het binnendak ommmuurd is. Een loodrechte wand omhoog die steun biedt aan de klokketoren. Ik maak een rondje en schat mijn kansen om het schuine dakdeel boven het schip te beklimmen voor een panorama van 270 graden. De dakbedekking ziet er glad uit. Er glibbert net een meisje naar beneden onder luid "aah en ooh" geroep van haar familieleden. Op haar bips vervolgt ze haar weg naar de omloop. Via het dak loop ik voorzichtig naar de noordelijke kant en zet daar mijn rugzak in de hoek neer. Het is inderdaad een glibberig dak. Met alleen mijn camera bij mij klim ik weer naar de top en probeer zo kwaad als het gaat stil te blijven zitten voor een paar panoramo-shots. Ik loop nog even over de top van het dak en glij dan half naar beneden. Stop mijn camera weer in de rugzak, zet mijn pet op, rugzak in de hand en loop in de richting van de deur naar de trap naar beneden. Ik ben hier wel uitgekeken. Met een laatste blik achterom neem ik afscheid van dit schitterende uitzicht, neem het afstapje door de deur en...

Een enorme dreun ergens midden op mijn hoofd, zwart voor mijn ogen, m'n benen die dienst weigeren, een deurpost aan mijn rechterhand en ik ga neer. 1, 2, 3, ... minstens tien tellen blijf ik roerloos liggen. Net niet buiten-westen maar voldoende voor een technisch Knock-Out. Twee mannen snellen mijn richting uit, in fritaliaans spreken ze me toe. Ik doe mijn ogen open maar blijf roerloos liggen, mijn hele lichaam staat strak van de adrenaline. Als in een slow motion shot breng ik mijn rechterhand naar mijn hoofd, het voelt warm en nat: bloed. Ik tril en ril over mijn hele lichaam, begrijp langzaam weer waar ik ben. Wat ik aan het doen was voordat ik hier lag. Kom half overeind en blijf zitten. Kijk de 2 mannen aan: huh? Wat praatten ze raar. Oh het lijkt op frans. Of ik water wil, of ze wat voor me kunnen doen, of het erg is. Ze ondersteunen me om overeind te komen. Onzeker sta ik op mijn benen, ik voel mijn maag samenkrimpen. Ik strompel naar binnen, diep door mijn knieen gebukt. Weet een uitgehouwen stenen bankje aan de andere zijde van de klokketoren. Ga daar even zitten. De mannen in mijn gevolg bieden nogmaals water aan, brengen mijn rugzak en kijken vooral heel bezorgd. Mechanisch pak ik mijn rugzak en haal de fles water eruit. Ik kan nog niet praten, de tranen staan in mijn ogen, mijn nek voelt stijf, dik en heet. De plek op mijn hoofd klopt als een betonhamer. De rest van mijn lichaam is ijskoud, ik ben misselijk en zie scheel. Heel langzaam kijk ik de mannen aan, ze staan nog steeds klaar om mij op te vangen mocht ik toch nog omvallen.

Ik zeg dat het wel gaat, ze kijken nog een keer bezorgd, vragen nog een paar keer en zijn dan gerustgesteld. Ik bedank ze en krijg een "veel sterkte" terug. Minstens een half uur zit ik daar in de schaduw, iedere passant kijk mij enigszins bevreemd en soms zorgelijk aan. Wanneer er weer wat stevig gevoel in mijn benen zit, neem ik de trap naar beneden. Onzeker en wat verward verlaat ik het kerkgebouw, hier kom ik voorlopig niet meer terug. Ik laat mijn fiets op het pleintje achter en loop in de richting van het water aan de westkant van het dorp. Ik wil even weg van de drukte, naar mijn grot of berg om mijn wonden te likken en een strijdplan te bedenken. Misschien is God nog ergens in de buurt. Aan deze kant van het dorp een brede en lange boulevard die dienst doet als parkeerplaats. Hier en daar wat verliefde stelletjes op de bankjes aan het water. Met je rug naar de geparkeerde auto's is het uitzicht inderdaad romantisch te noemen, met de dalende zon over het water.

Na een half uurtje in de betrekkelijke rust van deze asfaltjungle ben ik zover om weer de drukte op te zoeken. Het is etenstijd, hoewel mijn maag daar nog niets over heeft gezegd. Mijn ingewanden zijn nog van streek van de overmaat aan adrenaline. Ik besluit dat eten nu de beste optie is om dit vevelende gevoel snel achter mij te laten. In het centrum vind ik een terras waar de menukaart mij bevalt en neem plaats aan een tafeltje net voor de verhoging van het omheinde terras. Ik heb een goed uitzicht over het pleintje en de andere terassen en zit zelf redelijk beschut. Op deze plek van het plein zal de zon nog schijnen, wanneer de overige plekken al in schaduwen zijn gehuld. Ik bestel een menu en een (1) glas rode wijn, het eerste deze reis! Het is nog redelijk rustig op de terrassen, dus begin ik maar wat te lezen in mijn reisverhalenboek.

Avond

Het menu bij Le Bohème valt niet tegen. Een salade camarguaise - die verdacht veel lijkt op niçoise - een biefstuk (met friet) die prima dienst zou doen als shockabsorber in mijn fietsbroek en een chocomousse na. En dat alles voor de schone prijs van 12,70 euri, inclusief wijn, water en koffie. Wanneer ik van de wijn drink krijg ik het opeens erg warm, slaat de alcohol zo snel toe? Zijn dit de naweeen van de klap op mijn hoofd? Of komt het door het ophalen van het zonnescherm op het terras hiernaast? Ik wil hier weg, naar bed, echt goed voel ik me niet. Na de koffie duurt het nog even voordat de rekening komt. Ik probeer rustig verder te lezen in mijn Mont-Ventoux verhalen. Ik wenk onderwijl nog eens naar de ober: komt er nog een optelling? Het duurt maar en het duurt maar. Het is me al eerder opgevallen in Frankrijk. Zolang je eet is er bediening in de buurt, volgen de gangen elkaar redelijk snel op. Maar zodra je klaar bent, dan is er in geen velden of wegen iemand te bekennen om je geld te ontvangen. Welke filosofie zit hier achter? Het is wel fijn dat het niet andersom is natuurlijk.

Ik keer terug naar de camping en bedenk al fietsend wat de opties zijn voor morgen. Dat ik hier vertrek is zeker, maar hoe en waarnaar toe? Morgen zal ik dat beslissen. Fietsen naar Montpellier met Barcelona als einddoel, De Groene Weg terugfietsen, De Ventoux, met de trein terug naar huis... Enige belemmering voor een aantal opties is mijn beperkte tijd. Ik heb nu nog minder dan twee weken. Dus helemaal terugfietsen zit er alleen in als ik langere dagen ga maken. Ik lees nog wat in een bloedhete tent en val al gauw in slaap met een licht gebonk in mijn hoofd.

TerugVooruit

2 opmerkingen:

Anoniem zei

Jee, wat een knal, zeg! Daarom was je zo wazig, in Hauterives, haha... Ben benieuwd of je de Mont Ventoux nog gaat doen, hahahahaha. (Wat een lol zo in het nieuwe jaar!) Groet, Arthur

RobT zei

Ja nu ik mij het weer wil herinneren is het toch wat heftiger dan ik het hele jaar heb willen geloven. Zie je, en ik maar denken dat jij zo wazig was in Hauterives. Maar goed we hadden nog geen referentiekader van elkaar. Misschien zijn we allebei altijd wel zo wazig. Of misschien denken wij dat en vinden anderen ons erg helder. Of juist andersom.

Ja ik wil nu ook wel graag snel verder lezen, heel benieuwd wat er nog gaat gebeuren allemaal!

Het is wel lekker om te kunnen schrijven aan iets dat al grotendeels op papier staat. Dit hoef ik tenminste niet meer te verzinnen. Goede afleiding bij Writers Block, soort van lopende band werk...