zondag 9 juli 2006

Halverwege

Dag 10  |  Etappe 10  |  Marnay  |  125,1 km  |  873,7km


etappe_10Vooruit

Na gisteren voel ik me erg moe. Negen dagen in de benen en vooral de laatste paar dagen begin ik steeds vermoeider te geraken. De drang om naar Sts. Maries te gaan wordt steeds sterker, misschien dat ik te hard wil en te weinig rust neem. Dat is wat ik wel merk aan de mensen om mij heen, ik ben vooral met fietsen bezig en minder met vakantie vieren. Ik blijf tot 9.00u op bed liggen en sta dan in tempo op. Ik ontbijt goed met de spullen die ik nog heb. Voor vandaag heb ik het plan opgevat om in 1x naar Marnay te rijden. Port s/Saône ligt halverwege op 60km, de hele rit is 120km. Gewaagd? Ja, zeker zoals ik me nu voel: gesloopt. Onderdeel van het plan is om na vandaag 1 rustdag te nemen. Het thuisfront spiegelt terug dat ik het er wel erg vaak over heb dat ik zo moe ben en maakt zich zorgen. Misschien terecht en ik zal het onderzoeken na vandaag: spieren een dagje laten herstellen van het zware werk. Echt recupereren zal minstens 2 dagen duren maar dat gun ik mezelf niet. Vandaag zit ik dus 7 á 8 uur op de fiets, rekenend met het tempo -16,5 per uur- van de afgelopen dagen.

Ik neem me voor dat wanneer de benen goed voelen ik de sprong waag. Voordat het zover is zal ik eerst nog even inkopen moeten doen: een maaltijd voor vanavond, lunch spullen, voldoende drinken en een noodrantsoen. En niet te vergeten een ander matje. Vannacht is mijn matje "geklapt". Aan een kant zit een grote "bal", echt goed geslapen heb ik dus ook niet. Om 11.00u ben ik in de grote supermarkt van Darney, erg ongedurig want ik moet vandaag nog ver en het is al laat. Behalve bananen vindt ik alles wat ik nodig heb en ook een nieuw, zij het wel erg dun want schuimlubbel, matje. Om kwart over twaalf rijd ik weg. Na even zoeken in Darney naar de goede route, kom ik al snel in het bos van Darney terecht waar het snel omhoog gaat. Tussen de bomen is het aangenaam en het stijgingspercentage van de klim valt me goed. In stevige en continue tred gaat het met een gangetje van 14 à 15 per uur omhoog. Dit is lekker klimmen! Daarna een heerlijk lange afdaling waar ik soms even in de remmen wil. In Vougécourt kom ik de dames achterop, ze zijn in gezelschap van een andere vlaming. Hij rijdt met onbloot bovenlijf op een mountainbike met erg weinig bepakking. Hij stelt zich voor als Jan en komt uit Gent. Jan van Gent dus, volgens de dames.

Rups sur Taône

Vanwege mijn voornemen over de afstand van vandaag laat ik de drie belgen weer snel achter me. Na een half uurtje stop ik om te lunchen. Wanneer ik bijna klaar ben zie ik de drie mij net passeren in de klim. Griet die weet van mijn voornemen naar Marnay te rijden roept prikkelend:"zo kom je er natuurlijk niet!". Bovenaan groeperen we weer, wanneer ik het tempo opvoer, komt Jan na een paar minuten langszij. Hij blijft niet naast me rijden om even kennis te maken maar rijdt meteen stevig door. Hmm, wat een vreemde gozer. Omdat ik toch nieuwsgierig ben geef ik in de flauwe afdaling gas bij. Ik ben dubbel in het voordeel: grotere wielen en veel, heel veel meer gewicht. Ik versnel langzaam tot boven de 45 per uur en kom toch maar moeizaam dichterbij. Wat is die Jan van plan? Als hij zo doorfietst blaast hij zichzelf helemaal op op dat mountainbaikje. Vlak voordat de weg weer gaat stijgen haal ik hem in en knal erop en erover, even geen medelijden nu. Ik laat me uitrollen en hij komt langszij. We praten, nu wel: hij komt van Gent, is in Arlon gestart en gaat naar Lyon om daar in de buurt te kanoen, hij fietst minstens 150km per dag en vond het gezellig met de dames maar ook dat het erg langzaam ging. Ik riposteer dat ook zij aan zullen komen. In Contréglise gaat het plotseling omhoog, ik ga staan en zet vol aan. Achter me hoor ik: "Ai dat moet pijn doen". Ik antwoord:"Dat valt heel erg mee" en trap rustig door. Jan roept: "even mijn bidons bijvullen". Hoe zat het ook alweer met je eigen tempo rijden?

Parijs???

Omdat Port s/Saône halverwege naar Marnay ligt en ik me voornam uiterlijk om 20.00u te arriveren wil ik daar niet later dan om vier uur doorheen rijden. Anders pas ik mijn plannen aan. De verhalen over de luxe camping in Port s/Saône lokken ook. Rond half vier bereik ik Port s/Saône, 60km met een gemiddelde van 18,8 per uur. Ongekend hoe hard het gaat, en nog vind ik het niet snel genoeg. Het is in de loop van de dag steeds drukkender en plakkeriger geworden. Vermoeiend fietsweer dus. In Port s/Saône stop ik even bij een informatie bord. Verleidelijk zo'n stadje waar na uren op het platteland weer wat leven is. Op zich een mooie tijd om te stoppen zo voor vieren, het is toch vakantie? Ik heb er niet zo'n vertrouwen in en pedaleer aarzelend over de drie bruggen over de Saône en daarna in de richting van Ferrières, iets met ijzer. Ik ben verdorie pas op de helft van het target van vandaag. Ik praat mezelf moed in en kijk maar eens naar de kampeermogelijkheden die nog volgen: Scey, Soing, Gy, Marnay. Jammer dat ik dan Port s/Saône al voorbij ben, maar allah. Na Scey stop ik bij een boerderij voor een uitgebreide lunch. Ik eet me bijna ongans en drink wel een liter water en coke, voel me meteen een stuk beter en zekerder: ik ga ervoor! Meteen hierna volgt een klim, in alle rust laat ik mijn benen het werk doen, relaxed hijgend kom ik boven.

De eerste Zonnebloemen

Vanaf nu wordt het stiller en stiller, bijna geen auto's meer op de weg en al helemaal geen fietsers. Ik fantaseer al over de drukte op de camping in Marnay: iedereen die een plaatsje rond de televisie wil veroveren om de finale van het WK -ja het gaat over voetbal nu- te zien. Een paar keer sta ik stil voor een foto of wat gepruts aan de kabel van de voorste derailleur, die gaaat steeds stroever. Na Soing beginnen de kilometers te tellen, ik heb er dan net meer dan 80 gereden en moet er nog minstens 40. Ondanks de vermoeidheid, de hitte, de eenzaamheid en de mindere moraal blijf ik mezelf motiveren door te fietsen en het tempo hoog te houden. Ik wil hoe dan ook voor achten in Marnay zijn, het besef dat dat wel eens heel lastig wordt groeit elke minuut. In Gy is de verkeerssituatie vermoderniseert, twee rotondes om het verkeer op en over de doorgaande weg te leiden in plaats van de stoplichten. Het routeboek is alweer verouderd. Daarna raak ik door de vermoeidheid de weg kwijt, het is inmiddels bijna zeven uur. Bij een tuin waar de BBQ al is opgestookt vraag ik de bijeengezeten familie waar ik heen moet. Met veel gedenk en getwijfel wijzen ze me vagelijk de route. Ik informeer meteen nog maar even naar de begintijd van de finale, half acht zegt de man en wordt meteen verbeterd door zijn kinderen: 8 uur.

Finale of niet, Guus doet zijn werk.

Minder dan een uur, nog 15 kilometer, het moet te doen zijn. Ik ben nu echt de enige die nog onderweg is. Een klein stukje over de departementale weg en dan via landelijke weggetjes door kleine dorpjes, hoe groot zou dat Marnay eigenlijk zijn? Totnogtoe vermoedde ik een grote provincie stad, het ligt op de helft van de Groene Weg, maar om me heen kijkend kan ik me dat niet voorstellen. Misschien niet eens groter dan Darney. Langzaam groeit het besef dat ik het ga redden. De rust keert terug in mijn lijf en het fietsen gaat weer vanzelf, de vermoeidheid is niet meer merkbaar, de kop is leeg. Ik verlang naar de 4 B's. Kwart over zeven rijd ik Marnay -Maar nee!- binnen. Inderdaad een heel klein stadje, met een pittoresk klein centrum. Wanneer ik afdaal naar de rivier zie ik de kermis die hoort bij een finale van het WK waar je eigen land aan deelneemt voor me uit rijden en geparkeerd staan. Op de camping, die net na de brug over de Ognon links ligt, hebben ze een megascherm geinstalleerd. Langs de kant van de weg staan overal auto's fout geparkeerd, daartussen door scheuren jongeren met luide muziek uit de ramen schallend. Ik baan mij een weg naar de receptie van de camping, betaal, neem 2 biertjes mee en vraag waar de andere fietsreizigers staan. Mijn weg zoekend tussen het publiek door tref ik op het trekkersveldje Ruben, mijn buurman van gisteren en Jos en Ans die ik in Bettembourg ontmoette.

Verder staat het veldje vol met nog meer Groene Weg fietsers. Nathalie een stoere en stevige, goedlachse en zelfverzekerde vlaamse jongedame uit Leuven. Op het eerste gezicht vind ik haar een leuke meid, straks even een praatje mee maken. Verderop staan Tine en Johan die uit Gent en Brussel komen. Het voelt als thuis komen om hier mijn kamp op te slaan, veel mensen om mee kennis te maken, gelijkgestemden die snappen wat je meemaakt en aan wie je niets hoeft uit te leggen. Ik heb 2 biertjes meegenomen uit de kampwinkel en deel met Ruben, naast wie ik mijn tent op ga zetten. We kletsen even de dag en de anderen door, waarna hij vertrekt naar het gewoel rond het grote scherm en mij achterlaat om mijn kampeerplek in te richten en te koken. Na zo'n lange dag alleen op de fiets heb ik wat behoefte aan contact en ik maak een kort praatje met Nathalie. Wanneer Ruben na de strafschoppenserie terugkeert ben ik net mijn noodmaaltijd aan het opwarmen. Terwijl ik eet kletsen we nog even, hij duikt vroeg zijn bed in want morgen wil hij weer vroeg vertrekken. Rond twaalven heb ik mijn eten op en mijn log bijgewerkt. Inmiddels ben ik wat bijgekomen van deze hectische dag die zeer stilletjes eindigde. Opvallend is dat van het rumoer rond de finale na afloop amper nog iets te merken is, zo belangrijk vinden de Fransen het voetbal nu ook weer niet. Na een laatste flauwe scheet van een claxon is iedereen vertrokken, twaalf uur: tijd om heerlijk te gaan slapen.

TerugVooruit

Geen opmerkingen: