Dag 19 | Etappe 18 | Sts. Maries de la Mer | 65km | 1526,2km
![]() | ![]() |
Vanochtend neem ik het ervan, uitslapen, lang douchen en uitgebreid toilet maken. Ik geniet ervan rustig aan te doen en dat is ook wel even nodig. Na een kort gesprekje met handen en voeten met twee italianen - een zeer vriendelijk stelletje - rijd ik net na tienen weg. De twee dames van wie ik er gisteravond een sprak, zijn al op weg naar Sts. Maries. Omdat mijn voorraden gisteren bijna tekort schoten - hoe is het mogelijk! - en omdat het natuurlijk een fijne tijdsbesteding is, zet ik eerst maar eens koers naar de plaatselijke "shopping mall". Deze Casino is GEANT, een oostelijke en westelijke vleugel met een eigen ingang en daartussen nog een verbindigshal, enorm van buiten, binnen en in assortiment. Ik vind hier ook steeksleutels, die inmiddels al in mijn standaarduitrusting zijn opgenomen. Ruim een uur nadat ik in dit koopwalhalla binnenging sta ik buiten te wennen aan het temperatuursverschil. Net na 12 uur ben ik op weg naar het centrum van Arles, nog even een memorie-toer langs de bekende en al eens eerder bezochte plekken. Om 13.00u is het zover, de laatste etappe op weg naar Sts. Maries is begonnen! Vandaag ga ik de zee zien.

Het uitrijden van Arles betekent even zoeken naar de juiste weg. Gisteren bij aankomst ben ik natuurlijk van de route afgeweken, terugvinden duurt even, er zijn meerdere bruggen over de Rhône. Na wat geslinger via wat eenrichtingsstraatjes ben ik op de juiste brug beland. Even later zit ik midden in de rust van het vlakke land dat zich hier eindeloos voor mij uitstrekt. Vlak land, dichtbij de kust, dat betekent wind. Juist ja, tegenwind! En niet zo zuinig ook. Ach ik heb er ervaring mee. Wennen doet het niet. Ook vandaag is het warm, "what else is new". Na St. Gilles rijd ik de Camargue in. De vlakke eentonigheid van het landschap valt me tegen. Weinig beschutting, graslanden, stroken riet, amper bomen en verder niet. De komende 50 kilometer wordt het afzien. Warm -zeg maar heet- wind tegen en weinig beschutting. Het landschap doet authentiek nederlands aan. Neem gewoon een of ander polderweggetje in gedachten en je bent er al. Heb ik hier nu 1500 kilometers voor gefietst? Damn! Nee, Merde! Euhh, ik bedoel: Klote! Dit kan ik in Nederland ook aanschouwen, dichterbij, sneller en een stuk goedkoper. Maar de beleving is van een andere orde.

Halverwege op weg naar Sts. Maries heb ik het helemaal gehad. Langs de weg bij een piepklein boompje probeer ik wat beschutting tegen de verschroeiende zon te vinden. Het is half drie en tijd voor een late lunch. Ik kom even bij terwijl achter mij het sporadische verkeer af en toe voorbij raast. Een kwartiertje voor een kiwi, een broodje en wat yoghurt en ik ben weer op weg. Op een rustiger weggetje ontwaar ik in de verte twee silhoutten. Fietsers! Uit de richting van Sts. Maries. Ik ben benieuwd, m'n buik kriebelt, ik kom dichterbij. Een paar minuten later begroet ik Kees en Bas, vader en zoon uit Dieren. Ze hebben het gehaald en zijn al op de weg terug, de trein vanuit Nimes, die hen vanavond al weer meeneemt naar Nederland! Ik krijg wat tips&tricks mee over Sts. Maries, de camping, de prijzen en de sfeer. De vlaamsen zijn er al, de fietsers-tamtam werkt goed. Hartelijk zeggen we gedag, nog even en ik ben er. Half vijf, het bordje Sts. Maries vlak voor me (waar is de foto?). Nog een kilometer en de Mediteranee ligt aan mijn voeten.

Op de de boulevard parkeer ik mijn fiets. Met uizicht op zee bel ik het thuisfront voor een "ik ben er" bericht. Dit voelt goed! Schoenen en sokken uit, de zee in lopen. Niet "zien is geloven", nee: voelen is weten! Ik ben er! Het genot van het doelbereiken is volledig, ik zuig de zeelucht in mijn longen en weet dat ik het heb gehaald. Ik neem mijn tijd en geniet van de toeristische druk te in Sts. Maries. Via het centrum fiets ik rustig in de richting van de camping. Er zijn er hier twee. La Brise werd me aangeraden door de Dierse heren. De toegang is streng bewaakt. Eerst een huisje waar je je aan moet melden. Vervolgens ontvang je bij de receptie een polsbandje, betaal je borg en krijg je een plekje toegewezen. De indruk die ik krijg is, groot, exlusief, duur en super toeristisch. Ik ben voor twee dagen ingeschreven en heb vooruit betaald en mijn paspoort weer in mijn bagage -of ik wel het armbandje terug kom brengen, we zullen zien... Een dagje aan het strand in het vooruitzicht geeft vakantie gevoel, heerlijk! Op het trekkersveldje, zeg maar veld, staan al wat andere fietskampeerders. De mij bekende tent (de vlaamsen) staat er ook, niemand thuis helaas. Naast mij een drietal duitsers die vanaf Zwitserland de Rhône zijn gevolgd, bergaf dus lekker makkelijk! Ze willen nog door naar de Atlantische kust.
Wanneer de tent staat -naast het enige nog beschikbare piepkleine struikje dat een beetje bescherming biedt tegen de zeewind- en ik gedouchet ben, stap ik weer op de fiets. Da's logisch. Ik rijd even naar het centrum van St. Maries om het nader te verkennen. Wat is er te doen, wie zijn er allemaal? Het is aangenaam om weer onder de mensen te zijn. De lange uren op de fiets geven vaak toch een eenzaam gevoel, dan is het lekker om "thuis" te komen. Met de verhaaltjes uit het routeboek over te drukke steden ben ik wel klaar. Ook St. Maries wordt beschreven als "Valkenburg aan Zee", maar dat valt nu, en het is al eind juli, reuze mee. Tot hier was Avignon de enige echt drukke stad op de route en ik ben al op het eindpunt, dus erger wordt het niet. Zelfs Arles deed provinciaal aan. Wel toeristisch maar niet vervelend.
De eerste mentale actie bij aankomst in St. Maries is het opmaken van de "schade". 1520km in 19 dagen en 18 etappes: gemiddeld 80km per dag. Ik had hier 4 dagen eerder willen zijn, maar ok: het is goed genoeg, ik ben er. Tot hier had ik een duidelijk doel: naar de kust! Voor de terugreis per fiets heb ik niet voldoende dagen en in minder tijd lukt niet, ik zou mezelf "oprijden". Daar moet ik nog maar eens over denken, eerst genieten! Eindelijk een avond zonder de dagelijkse verplichte rituelen. Tent opzettten, biertje drinken, douchen, koken, eten, schrijven en naar bed. Nu neem ik het er eens van. Denk dat ik vandaag maar eens niet ga koken, voorlopig heb ik ook nog geen zin in bier (huh?). Morgen ga ik nergens heen, ik heb vakantie! Na een frisse duik in zee ben ik te laat voor de winkels. Met een colaatje geniet ik op een bankje in de haven van de warme schemering van de traag ondergaande zon. Overal mensen, een kleine kermis, de stierenarena met vanavond en morgen een uitgebreid programma, volle terrassen, flanerende cabrios op de boulevard. Dit is het leven, waar ben ik de afgelopen weken toch mee bezig geweest?

Ruim voor het donker ben ik terug op de camping. Bij het restaurant, nou ja zeg cafetaria, och kantine dan, bestel ik friet, hamburger en bier. Het is tenslotte vakantie. Voor het bier mag ik nog vertellen welk merk ik prefereer, de keuze is niet moeilijk maar hier, zo'n 1400 km van Nederland, wel verrassend. Ze hebben Grolsch! In halve literblikken! Dit is toch wel een heel erg goede camping, besluit ik opeens! Wanneer ik alles naar binnen heb gewerkt, maak ik een wandeling naar het strand. Het is al donker en de weg ernaartoe gaat over een hobbelig pad. Na weken fietsen is het weer even wennen om op twee benen te balanceren. Bij de opgang naar het strand staat een wachthuisje, het hele kampeerterrein is omheind met een hoog hek. Naast de kampwacht ligt een grote hond van een mij onbekend merk, kleur zwart, te slapen. Ik laat mijn polsbandje zien en mag naar buiten, checkpoint Jacques is gepasseerd. Buiten het hek loopt de opperkampwacht wat te dollen met de plaatselijke schonen die op weg zijn naar een nachtelijke verblijf op het strand. Ik vraag 'm of ik straks nog binnen mag, tot elf uur is het hek open, hij zal zien of hij me dan binnen wil laten. Ach ja, hij wordt ervoor betaald om stoer te zijn...
Vanaf het hek loopt een weg langs het strand naar het centrum: ongeveer een kilometer lang. Daarboven een boulevard met uitzicht op zee. De zeewind, het weidsheid en het rustgevend geluid van de golfslag op het strand brengt me in een andere staat van geest. De storm in mij gaat langzaam liggen, m'n taak is volbracht en nu kom ik helemaal tot mezelf. De weg langs de boulevard is eigenlijk een heel erg langgerekte parkeerplaats voor campers en tot het laatste plekje toe gevuld. Een asfalt camping. Bijna iedereen zit voor, naast of tussen de campers te eten, drinken en barbequeen. Hier en daar wat spelende kinderen, gemoedelijk sfeertje, lekker hutje mutje. Ik slenter wat over de boulevard, kijk bij iedereen in de keuken en prijs mezelf gelukkig met mijn plaatsje voor 20 euro in het zand achter een piepklein struikje. Bij de rotonde ben ik weer in het dorp, het is half tien en om te voorkomen dat ik de lange weg om moet lopen, wandel ik rustig weer terug naar de strandingang van de camping. Eenmaal in de tent heb ik toch wel zin om te slapen, moe van het nietsdoen zeg maar. Na een paar minuten schrijven begint mijn neus zich te melden. Er ruikt iets, en ik ben het niet. Wanneer ik de rits van de tent even open om te kijken of het van buiten komt, waait een bries me de stinklucht vol in het gezicht. Hondenpis, natuurlijk, vandaar dat lullige struikje. Even overweeg ik om de tent te verplaatsen, belachelijk plan, want waar moet ik dan naar toe? Het zal hier overal stinken naar hondenpis, of erger. Wat een geweldige camping! Ik pas maar weer eens de Zen methode toe: berusten. Vredig val ik even later in slaap, dromend over honden die tegen de tent aan zeiken.
![]() | ![]() |



Geen opmerkingen:
Een reactie posten