Dag 21 | Etappe 19 | Graveson | 79,0km | 1605,2km
![]() | ![]() |
Het is bewolkt wanneer ik even voor achten uit mijn tent rol. Ik ben redelijk fit en een beetje lui. Zo'n dagje aanklooien brengt je meteen in een trager ritme. Ik merkte het eerder al na mijn rustdag in Marnay. Hier gebeurt het weer, maar nu heb ik er meer vrede mee. De rustdag was zondermeer verdiend en ik heb er erg van genoten. Op het incident op het kerkdak na dan. Mijn nek is nog wat stijfjes, vreemd genoeg is de bult op mijn hoofd amper voelbaar, op wat geklop van een bloedvat na. Ik begin maar eens met een goed ontbijt, vandaag staan er weer wat kilometers op het programma. Ik heb nog niet helemaal besloten tot waar ik ga. Arles en dan de trein is op dit moment de optie waar ik voor ga. Met de nodige reserve, eigenlijk zie ik het helemaal niet zitten om met de trein naar huis te gaan. Ik zie op tegen het gedoe met de fiets op de perrons, het eindeloze zitten in de trein terwijl ik mijn eigen vervoermiddel bij me heb. En het meest zie ik op tegen de abrupte overgang van 3 weken bijna totale vrijheid naar een plotseling keurslijf van treintijden, stations, kaartjes, loketten. Het hele gedoe staat me tegen, alleen de gedachte al. En juist daarom ga ik dat toch vandaag onderzoeken. Hoeveel kost het eigenlijk om met mijn fiets op de trein naar huis te gaan? En hoe snel ben ik er dan? Met Mireille in mijn gedachten en het feit dat ik van deze drie weken al erg genoten heb, en dat er na deze reis nog vele volgen, heb ik ook zin om weer thuis te zijn.
Wanneer ik mijn tent sta af te breken merk ik de jongens die gisteravond aankwamen op. Ze komen net hun tent uit. De een kijkt niet echt vrolijk. Omdat ik best nog even wil treuzelen voordat ik het moeilijkste moment van deze reis aanvaard, loop ik op ze af. Even kletsen dan maar. Bas & Anthony komen uit het Westland, zijn net klaar met school en fietsten ook in drie weken naar hier. Anthony, lang met bril, reed de hele weg met een soort bolderkar achter zijn fiets. "Zwaar" is zijn korte antwoord op mijn vraag: "hoe vond je het om zo veel te fietsen?". En dat zie ik aan hem: afhangende schouders, mondhoeken die naar beneden staan, en ogen die ieder moment tranen kunnen lossen. Hij heeft het moeilijk, is gedesillusioneerd. Het resultaat van de tocht komt totaal niet overeen met de romantische verwachting die hij had. En nee, hij gaat dit waarschijnlijk nooit weer doen. In mijn ogen is hij moedig, ondanks de zwaarte en de tegenslag is hij hier toch aangekomen. En dat het makkelijker had moeten gaan, tja het is gewoon niet makkelijk. Hij heeft wel 20 lekke banden gehad. En moest menige heuvel opduwen, de kar liep niet zo licht. Een korte blik op zijn achterwiel: hij mist minstens drie spaken. Ja zijn remmen liepen ook aan. Hij is nu ontroostbaar, net aangekomen en nog aan het bijkomen. Veel meer mentaal dan fysiek, mogelijk zal hij er nog een tijd over doen voordat hij deze ervaring in iets omzet om trots op te zijn. Hoe anders de ervaring van zijn reisgenoot, die het kicken vind wat ze gedaan hebben. Bas, korter en gedrongener, open blik en stralend. Maar ze kunnen elkaar niet helpen, 18 jaar. Ik denk terug aan mijn fietsreis met Peter. Er is weinig verschil, de desillusie was destijds niet minder, alleen de afstand korter. Nu hier verwerk ik nog een keer dat we toen voortijdig terug gingen. Ze lopen mee naar mijn kamp om te kijken wat ik allemaal bij me heb, want in bagage hoeveelheid hebben deze jongens en ik wel een overeenkomst: veel.
Terwijl ik verder ga met inpakken, komt de vrouw die een veldje verderop staat op ons toegelopen. Ze draagt een oranje jurk en vanaf een afstandje had ik haar gisteren al even zitten observeren. Ze is op de fiets gekomen, samen met haar zoontje dat ik op 6 jaar schat. Ik had al bedacht dat ik even kennis wilde maken, benieuwd naar haar verhaal, waar ze vandaan komt, en waar de man in haar leven is. Op mijn reis kwam ik nog geen vrouw met kind alleen tegen. En ook niet zoveel ouders met kinderen op de fiets. Die heb ik dit jaar wel in Nederland vaker gezien, maar hier zover van Nederland niet. Ja met oudere kinderen, maar niet jonger dan een jaar of 15.
Ze moet wel drie keer herhalen wat ze zegt voordat ik haar versta. Ze praat wel frans maar met een accent, en ik ben net weer een tijdje met mijn gedachten in het Nederlands bezig. Ik schakel moeizaam, ik merk dat mijn hoofd ook nog in de war is van de klap van gisteren. Het gaat vandaag allemaal niet zo snel. "Ik heb dezelfde tassen als jij", zegt ze wijzend op mijn gele Ortliebs. Ja het klopt, dat trok gisteren ook mijn aandacht. Naast haar moedige pogingen om met een steen de haringen de grond in te jagen. Het moment dat ik dacht: "hmm misschien dat ik er even naar toe loop om mijn hamer aan te bieden". En voordat ik van mijn observerende positie de omslag naar participerend had gemaakt, was haar buurvrouw me voor. En nu is er dan toch het contact, zij initieert. Heidi uit Basel, een mooie vrouw om te zien, ongeveer mijn leeftijd, een open en vriendelijk gezicht. En een jurk met een fantastische kleur, oranje: altijd goed natuurlijk. We praten wat, in het frans en het engels en even in het duits. Zwitsers, Luxemburgers en Nederlanders: we spreken onze talen, we moeten wel. Ze is op de fiets vertrokken, ze hebben elke dag wat gereden tot na 100 kilometer zij doorkreeg dat het toch wel lang zou duren om met haar zoontje helemaal naar de Middelandse zee te fietsen. De trein bood uitkomst.

Op mijn "heen en weer naar de Middelandse Zee", reageert ze met bewondering en lichte benijding. Haar droom is nog om vanuit Basel naar de Atlantische kust te fietsen. Het idee is identiek aan mijn tocht alleen dan van oost naar west. Ik vraag: "wat houd je tegen"? Ze wijst naast zich en zegt:"Dit was een eerste poging om te kijken of ik het met hem samen kan doen, mogelijk dat ik het volgend jaar in mijn eentje onderneem." Meerdere malen terwijl we praten trekt het jongetje aan haar hand: "Mam we gingen toch boodschappen doen". Ze wil verder praten, maant hem tot geduld. Ik lach en knik hem bemoedigend toe. Ze kijkt verontschuldigend, als in een blik van "even nog, nog even verder kletsen". Alsof ze mijn goedkeuring zoekt, alsof ze wil zeggen: "Dit is ook mijn vakantie". Ja voor hem is dit gesprek niet leuk. En zij heeft het nodig, even kletsen met iemand, even een verhaal delen, even... Ik vind haar leuk, en onze passies voor het vrij zijn en het ondernemen en jezelf vinden komen hier even samen. Ik voel een klik, en wanneer we gedag gezegd hebben, even, even twijfel ik of ik niet hier moet blijven vandaag. Om verder te praten met Heidi uit Basel. Om haar verhaal te kennen. We hebben niets uitgewisseld dan woorden en een blik. Geen e-mail, geen adres. Hier en nu kwamen we even samen. Ik zwaai haar en haar zoontje na wanneer ze zich op hun fiets nog een keer omdraaien en dan om de hoek verdwijnen, voor mij voorgoed.
Inpakkend blijf ik aan haar denken, het stoort me, het verbreekt mijn dagelijkse trance van inpakken en wegwezen. Mijn tempo was al onderbroken door de rustdag en mijn lichte duizelingen vanwege de klap op mijn hoofd. En nu deze gedachten. Ik ga vijf minuten zitten, zonder iets te doen. Ik denk na, welke keuzen heb ik? Tot hier heb ik volhard in mijn plannen. En vanaf hier zijn er nieuwe plannen, het oorspronkelijk doel is bereikt. Ik sla een nieuwe weg in. En die weg leidt naar huis, want daar is nog steeds mijn plek. Ook al wil ik terug naar hier, of verder vanaf hier. Al wil ik dit avontuur voort zetten: op weg zijn, onderweg zijn, nieuwe doelen vervullen, op nieuwe plekken aankomen: Nu is het nog niet zover. Mechanisch pak ik verder in. Mijn gedachten schakel ik zoveel mogelijk op de obstakels van de dag, welke weg kies ik naar Arles, hoe vind ik het station, wat zijn mijn criteria om te bepalen of ik de trein neem of iets anders ga doen, hoe vind ik een juwelier met Swatch horloges, waar en wat eet ik vanmiddag, hoe zou de wind staan vandaag, hoe zou het met de vlaamse dames zijn.
Ja hoe staat het met de vlaamse dames. Gisteren na mijn gezwem in zee waren ze weg. Geen briefje, geen afscheid, geen vriendschap. Bijna twee weken zagen we elkaar dagelijks. En nu zijn ze weg, en is er geen afscheid geweest. Tja dan kan ik daar ook verder geen moeite mee hebben. Dit afscheid was niet moeilijk. Maar het gevoel is niet fijn, ik denk er verder niet meer over na, probeer zo snel mogelijk te accepteren dat dit hun modus is, en dat ik er geen invloed op heb. Dit gebeurt. Verder niets. En ja het doet pijn, jammer dat ze weg zijn, jammer dat ik ze niet even gedag heb kunnen zeggen. Iets dat voor mij wel belangrijk is. Maar hoe fijn om al die momenten met Sharon en Griet beleefd te hebben. Heel even, een klein glimpje laat ik de gedachte toe: "zouden ze ergens over teleurgesteld zijn in mij". Ik verwerp het meteen, het is mijn ding niet meer, ze zijn weg. En ook van hen heb ik geen enkel adres. Zij wel van mij, en er is de belofte van een petje en een BBQ. Ik zie wel, hecht er nu al niet teveel meer aan. Thuis zal ik kijken wat er nog van komt.

Ik fiets naar het dorp, doe wat boodschappen, rijd nog één keer over de boulevard en neem met een grote glimlach afscheid van Sts. Maries, mijn einddoel. Ja, van een paar dagen geleden nog wel. Nu is het het startpunt van een ander avontuur. En opeens valt het me helemaal niet zo zwaar als ik me had voorgesteld, afscheid nemen van hier. Om weer op weg te gaan. Maar dat was het ook niet, nee het was juist het weer naar huis gaan dat me zo zwaar viel. Omdat dan de reis eindigt. En ik weer moet gaan invullen wat mijn leven is voor mij. Terwijl ik zolang ik op weg ben, onderweg ben, elke dag leef zonder daarbij teveel na te denken over het hoe en waarom. Want de enige keus die ik voor de reis maakte was de richting. En van huis af betekende dat vrijheid. In de richting van huis is daar weer de door mij gevoelde beperking. En toch glimlach ik, omdat ik nu weet wat dit is, ik heb het gedaan. Weken geleden heb ik de stap gezet om weer wat vrijer te worden in mijzelf. En het is gelukt! Ik heb mezelf gevonden en ben verrijkt. Mijn reis is al geslaagd. Al wat er nu nog komt is een toetje. En hoe het eruit ziet maakt dus niet uit. Ik bevrijd mezelf in een fractie van een seconde van mijn beperkende gedachte. Nu kan ik weer fietsen, en de richting maakt niet meer uit. Ik fiets nu naar het station, want daar heb ik nu voor gekozen. Het leven is heel eenvoudig geworden, opnieuw.
Even buiten Sts. Maries, een meter over de gemeentegrens, neem ik afscheid van de Camargue, de eerste Flamengo's die ik hier zie. Een rijtje Amazones passeert achter mij. Ik draai mij om, en wordt toegelachen: "wil je ruilen?". Ik lach terug, ja ik kan hier net zo goed blijven, ik ben hier op mijn gemak. En nu weet ik ook waar de mooie vrouwen van Sts. Maries zich schuilhouden: in de manege. Ik kies de grote weg terug naar Arles, geen binnendoor steekjes meer die 30 kilimeter langer duren. Wel weer de wind en ook terug op kop, zo gaat het nu steeds: wind is altijd tegen. De wind is vast een italiaanse uitvinding. Net als het Cattenacio. Toch kom ik vrij snel in mijn cadans en wanneer de gedachten weer zweven is daar Heidi weer. De hele weg naar Arles denk ik erover, tot vervelens van mijzelf. Heb ik er goed aan gedaan om te vertrekken? Heb ik geen kans gemist? Mijn gevoel is net niet groter dan mijn verstand op dit moment. Ik laat het niet verder toe dan de gedachte erover. Oh, jazeker remt het mij af. Zeker dat ik minder hard fiets door deze gedachten en het feit dat mijn wens ergens te zijn waar ik vandaan fiets mij net zo goed tegenhoud, energie wegneemt uit mijn beenspieren.
Natuurlijk bereik ik Arles en daar ga ik eerst doen wat ik de hele reis al van plan was. Ik zoek een juwelier en koop een vakantie Swatch voor Mireille. Wanneer ik op wil stappen en net mijn been over de stang heb geslagen, komt er vanachter een bus aangereden met redelijk hoge snelheid. Zeker voor dit voetgangersgebied. Zonder af te remmen neemt de bus de bocht waar ik net voor bij sta, klapt met zijkant tegen mijn stuur, dat vervolgens hard in mijn buik slaat. Ik vouw dubbel en ben even zonder lucht. En tegelijkertijd probeer ik hard te schreeuwen. De bus rijdt door, ik zwaai woedend met een arm, er wordt nog getoeterd, maar verder niets. Ik neem de schade op: tas aan de linkerkant is helemaal zwart, ik veeg erlangs: de tas is geschuurd maar op het oog nergens gescheurd. Onder mijn t-shirt een plek in mijn buik, nog niet blauw, wel pijnlijk. En mijn onderbeen dat geraakt is door de trapper, wat schaafwonden. Het valt allemaal mee, en ook mijn schrik is snel gezakt. Juist in een voetgangersgebied wordt ik bijna overhoop gereden!

Nu wordt het tijd om recht op mijn doel van vandaag af te gaan: het station. Binnen vraag ik de mogelijkheden na: 110 euro voor mij en de fiets tot Luxemburg stad. Vanacht om half een van uit Avignon, en dan ben ik er morgen om half negen. 's Ochtends! Twee weken fietsen gecomprimeerd tot een treinreis van 8 uur en 110 euro... Buiten overdenk ik de mogelijkheid. Ik zie alle beren op de weg, alle bielzen op het spoor, alle stenen in het perron, alle trappen, al het gedoe, al mijn angst voor, voor het onbekende. Ik ga het niet doen, nu nog niet, dit is voor later. Ik ga terug fietsen, zover ik kan komen. Ik heb nog ruim een week vakantie. Ja de optie Luxemburg klopt helemaal in het schema. Zes dagen vandaar naar Amersfoort. Volgende week donderdag kan ik thuis zijn. Als ik nu ga fietsen, dan heb ik niet veel keus meer als ik uiterlijk 30 juli thuis moet zijn. Ik ga fietsen, ik zie wel. Ik schuif het voor me uit. Eerst fietsen en dan komt er een antwoord.
De alternatieve route uit het boekje leidt me over een mooie glooiende weg, weg van Arles. Ergens passeer ik nog een Romeins bouwwerkje dat ik even aanschouw, het heeft niet veel om het lijf. De Moulin de Daudet bezoek ik wel uitgebreider. De foto uit het boekje zet me aan om die te copieren. Ik denk even terug aan de vakantie in Noord Spanje, de misleidende foto van het huisje in de olympische roeivijver van Estany. Hier klopt het beeld. De foto die ik maak is bijna identiek. Een half uurtje verder stop ik van hongernood langs de kant van de weg. Mijn eindpunt ligt vandaag vóór Avignon, in Graveson. Op de camping wordt ik ontvangen in "any language I like to speak". Doe mij maar frans dan. Ik lig nog een uurtje in het zwembad, totdat het echt fris begint te worden. Voor het eerst koelt het 's avonds wat harder af. Buiten het zwembad prima, maar hier in het water krijg ik het koud. Ik kook, eet, was mijn spullen en maak er een lange avond van. Ik ben relaxed, ik ben weer op weg, heb weer een doel en weet dat ik nog een week kan fietsen. En dat ga ik ook doen, dat is nu mijn planning. Ik fiets nog een week en dan neem ik de trein naar huis. In mijn tent bekijk ik de opties voor morgen, Mont Ventoux? Of toch gewoon de weg terug. Of? Of de trein in Avignon naar noord Frankrijk? Morgen beslis ik, ik heb geen haast meer, ik heb mijn doel al bereikt. Alles wat ik nu doe is extra. Oh en ik heb nog een afspraak, daar kan ik nu aan gaan denken, want ik zit op mijn terugweg. Na een telefoontje met Mireille en mijn vaste sms-je van de dag val ik ontspannen in slaap.
![]() | ![]() |
3 opmerkingen:
@orange.nl
God ja, die gemiste kansen. Of beter, die onverwachte ontmoetingen als je ze nèt niet kunt gebruiken. Die vrouw die je ontmoet in het weekend voordat je vijf maanden naar India gaat. Of tijdens je vrijgezellenfeest. Etcetera. Kan me je twijfel helemaal voorstellen. Maargoed, dan maar de Mont Ventoux hé?! Ook leuk hoor! Groet, Arthur
heidi@orangedress.ch tjum...
"Als je ze net niet kunt gebruiken", Arthur! Als je dus de verkeerde keuzes kunt maken. Op je vrijgezellenfeest. Zover ben ik dan nog niet! Twijfel, neuh het staat niet in mijn woordenboek. Niet meer. Maar Heidi terugvinden is een romantisch ideaal. De Mont Ventoux als zelfkastijding voor deze kapitale verkeerde keuze. Hoe vaak krijg je nu de kans om een zwitserse aan de haak te slaan? Ja: "Twice in a lifetime" inmiddels (een ander verhaal), ik ben een veel-weigeraar. De derde keer heb ik geen andere keus, ik heb de ringen al besteld...
Een reactie posten