Dag 6 | Etappe 6 | Bettembourg | 78,0 km | 488,9 km
![]() | ![]() |
Ik ben weer op tijd op. Kom langzaam op gang. Merk duidelijk dat ik gisteravond beperkt koolhydraten heb gegeten, mijn maag rammelt minder dan op eerdere dagen. Rond negen uur ben ik gedouched en klaar om in te pakken. Bij de bakker -in een bus- op de camping haal ik 2 bruine en 1 lekker (zoet) broodje. Dit is voor de lunch en voor vlak voor de start. Mijn ontbijt bestaat zoals steeds uit havermout met water en wat zout. Het kost wel even tijd -water koken, opgieten, af laten koelen- maar het vult erg goed en je rijdt er lekker op door. Gisteren kon ik in de winkel in Bourcy mijn voorraad havermout aanvullen.

Tot 11 uur ben ik bezig met opbreken en inpakken. Ik praat nog even met Henk en Jessi die vandaag met de kinderen naar Wiltz gaan wandelen en met het treintje terug. Om 11.45u rijd ik eindelijk weg. De route gaat verder zoals ik gisteren geëindigd ben: dwars door beboste hellingen en langs de rivier. Prachtige omgeving hier! De rivier en dus ook de weg slingert zich door het landschap en na iedere slinger is het uitzicht weer anders. Hier een kasteel in de hoogte, daar een laken van gras aan de oever. Af en toe een overdaad aan hars van naaldbomen die de neus aangenaam prikkelt en beelden van sauna en wintersport op doet borrelen in mijn geest. Na de onweersbui van vanochtend ruikt alles weer fris, natte bladeren, vochtige aarde en kabbelende bergbeekjes. Hier wil iedereen toch wel wonen, Adam en Eva zijn hier denk ik ook geweest. Bij Bourscheid Muhle een lange en brede oever in de diepte waar een camping is gevestigd, veel Nederlanders. Deze onthoud ik voor de terugweg.
Voor Ettelbrück kruis ik twee keer de Sûre, twee keer een stalen brug met losliggende stalen platen smal genoeg om tegemoetkomend verkeer niet te kunnen laten passeren. Gezien de bebording is het hier nooit druk, de voorrangsregeling is zo toegepast dat het verkeer ophoopt tussen de twee bruggen. Bij Erpeldange zijn ze aan de weg aan het werken en ik moet echt mijn best doen om met behulp van kaart en rondkijken te bepalen hoe ik op de route blijf. Op de kaart lijkt het altijd eenvoudig, maar eenmaal in de werkelijkheid blijken afstanden en tijden toch weer anders dan je had ingeschat. Ik vermoed fout te zitten en verwacht lastig over drukke wegen te moeten omrijden, maar keer niet terug om te proberen de route op te pikken. Na een paar minuten zie ik toch het straatnaambordje dat ik zocht. Voor het eerst is het routeboek meer een last dan een uitkomst, vaag en verwarrend. Een gedetailleerde kaart zou nu erg helpen. Helaas, helaas, ik rijd pas halverwege Frankrijk de kaarten binnen die ik bij me heb. Aandachtspunt voor een volgende tocht: detailkaarten van alle trajecten. Dat had me zaterdag ook kunnen helpen, toen had ik wel een heel minimalistisch kutkaartje bij me. Zo erg dat ik het niet eens tevoorschijn haalde toen ik ergens in Duitsland aan het ronddwalen was.
Ik heb een déjà vu gevoel bij Ettelbrück. Niet dat ik ook maar iets herken van deze stad, ik was er 21 jaar geleden in augustus denk ik. Met Witte Peter op de fiets naar Frankrijk. We reden vooral over hoofdwegen langs de grotere plaatsen. De etappe langs Ettelbrück liep van Diekirch naar Thionville. We waren jong, onervaren en naief en reden op heel gewone schoolfietsen zonder versnelling en met een velgremmetje erbij op het voorwiel (verplicht). Het was een hete dag en we dronken en aten te weinig, het resultaat laat zich raden. De hele tocht door Luxemburg blijf ik deze herinnering regelmatig herkauwen. Ik vertrouw erop de les van die tocht goed geleerd te hebben. In Ettelbrück is er een mooi fietspad langs de rivieren, er komen er hier drie samen, en ik stop op dat punt om te lunchen. Ik geniet nog na van de geweldige tocht van deze ochtend, wat een mooi land en hoe anders de ervaring van 21 jaar geleden. Toen baalde ik vooral van de drukke wegen die we volgden. Bij het kruisen van het spoor verrijd ik me en sta minuten lang dezelfde regels in het routeboek te herlezen. Ik kom er niet uit en orienteer me op kaart en omgeving. Dan maar zelf doen, is dit het zesde-dag "opstandigheids" effect? Na wat geklooi over drukke wegen over industrieterreinen kom ik toch weer op de route uit. Zoals later zal blijken via een heel erg veel kortere weg dan de "officiele" route. Een paar kilometer verder, nog een drank-stop bij een tankstation en ik ben weer verlost van het drukke verkeer. Ik volg de Alzette naar het zuiden.

Half drie, spitsuur in Mersch. Wat een ellende dorp, bij binnenkomst afbraak panden, grote silo's en lege betonvlakten. Daarna drukke straten met stinkend (vracht)verkeer, onoverzichtelijke en slecht doordachte kruispunten. Wanneer ik tussen het stilstaande verkeer door wil oversteken word ik haast aangereden door een tractor. Een TRACTOR notabene. De man begint te schelden omdat ik daar met mijn fiets voor hem langs ga. Alles staat vast, maar hij denkt toch nog 1 meter verder te moeten rijden en zo mij plat te drukken. Ik reageer niet en vervolg innerlijk scheldend mijn weg. 10 Minuten verder, de rust is weergekeerd en ik ben de woede om het incident alweer kwijt. Wat is het toch heerlijk om op de fiets te zitten! Ik ben onder het fietsen mijn routeboek aan het onderwerpen aan een minitieus onderzoek: hoe is de weg door Luxemburg? Het visioen van 21 jaar geleden: bussen met toeristen, grote drukke verkeerspleinen voor enorme gebouwen, stinkende uitlaten, getoeter en geschreeuw. Wat een contrast met de omgeving waar ik nu in verkeer: rust, ruimte en frisse lucht. Ik zie er tegenop door Luxemburg te fietsen. Ben wel een half uur bezig om in mijn hoofd te accepteren dat er niets ander opzit dan het te ondergaan.
In Steinsel, vlak voor Luxemburg, gaat het weer eens mis met het routeboek. Ik kom "verkeerd" uit in Béreldange, daar zoek ik de juiste weg en kom op een rustigere route. Zonder dat ik het merk fiets ik een kwartier later midden in Luxemburg. Waar is nu dat drukke verkeer en die zeer steile oprit naar de brug? Wat verder duik ik een park in en vervolgens is het wel wat klimmen, maar het blijft beperkt. Uit het park nog even omhoog en dan onder de oude brug door langs de stadwal en op steenworp afstand van het centrum. Aha, zo kan het dus ook. Dit is gewoon genieten: midden door een zeer drukke stad fietsen en er bijna niets van merken. De afdaling naar de brug over de Alzette is stuiterend van de enorme middeleeuwse keien waaruit het wegdek bestaat. Het is hier vooral druk met voetgangers, die staan mij allemaal na te staren: wa-doe-die-nou? De oude spoorbrug onderdoor en ik zit op een 10km lang ombost fietspad langs de Alzette. Heerlijk is het hier.
Net na het oversteken van de Alzette in Luxemburg word ik ingehaald door 3 jongelui, 2 jongens en een meisje. Zij groet me vriendelijk in het frans. Ze rijden te snel om een praatje aan te knopen. Na elke bocht zie ik ze weer een tiental meters voor me. Ze rijden zonder bagage en zonder bidons. Ik vermoed dat het locals zijn. Wanneer we op het fietspad naar Grund zitten en er geen kruisingen met drukke wegen en stoplichten meer komen geef ik gas en sluit aan. Het zijn Belgen uit Limburg. Ik praat eerst met de oudste jongen die mij 17 lijkt. Hij vertelt me dat ze naar Assisi op weg zijn, verder is hij weinig spraakzaam. Het meisje rijdt alleen voorop en wanneer ik naast haar ben, ratelt ze er op los. Hooguit zestien schat ik in, beide polsen ingezwachteld. Ik wijs en vraag wat er is, "oh, erg verbrand, naar dokter geweest, zalf en zwachtels, elke dag verversen." Minstens derdegraads brandwonden denk ik. Assisi, 25 dagen, Zwitserse alpen, ze voert het tempo van mededelingen op. Ze is aanwezig, aardig en vriendelijk maar komt jong -dat is ze natuurlijk ook- en naief -tja wat zal ik zeggen- over. Ze hebben een begeleider die de bus met spullen rijdt en de ravitaillering verzorgt. Zonder deze voorziening had ze van haar ouders geen toestemming gekregen, zegt ze schouderophalend, bedoelend dat het voor haar niet had gehoeven zo'n begeleider. Ik spreek hier met de "leader of the gang". Ze creeren hun eigen campings door bij mensen aan te bellen met het verzoek de tent in de tuin op te zetten. Ik ben onder de indruk van haar aanwezigheid, directheid en eenvoud. Heel even komt het beeld van een middeleeuws meisje dat op kruistocht is in de 21ste eeuw bij me op. Ja, dat is denk ik een goede beschrijving, ze is een beetje "lost in time". Is dat erg? Nee, het maakt haar interessant.

Ik voel mijn maag en groet de drie jongelingen met: hier stop ik om te eten. We wensen elkaar goede reis en weg is weer een moment van contact. Het leven is echt eenvoudig op deze manier. Ik eet, drink en loos overtollig vocht, je zou toch denken dat je bij deze hitte niet meer hoeft te pissen -mij lijkt het ideaal- maar dat gaat gewoon door. Ondertussen geniet ik gewoon even van de plek waar ik ben, er vaart iemand in een kano voorbij, en denk met plezier terug aan de conversatie van de afgelopen 10 minuten.
Alzingen is niet ver meer en daar is de eerstvolgende camping, half vijf: op zich een mooie tijd om te stoppen. Maar gezien de milde etappe en de 55km die nu pas op de teller staan besluit ik wat verder te mikken. Dat wordt dan Bettembourg, ik stel de ETA op 6 uur. Voor het avondeten ga ik in Alzingen op zoek naar de supermarkt die staat aangegeven in het routeboek. Daarvoor moet ik bergop van de route afwijken, ai dat is dubbel vervelend. Zondermeer de moeite waard wanneer ik vaststel dat ik niet eerder zo'n luxe supermarkt bezocht buiten Zwitserland. Alleen al voor het dagelijks voedsel wil je hier wonen, geef ons dagelijks onze Delhaize! Ik sla ruim en luxe in, eet wat -tenslotte blijf ik voortdurend eetlust houden- en frot alles zo kwaad als het niet gaat in de fietstassen of plastic zakken onder spanbanden.
Nog zo'n 10 km. Ik kruis de E25 nog maar een keer en ben in Bettembourg. Ik vraag een cafeganger de weg naar de camping en op een limburgs kwartiertje na haal ik exact mijn ETA. Prachtige camping met mooie ruime en omhegde plaatsen. Naast mij Jos en Ans uit Lochem. Ze zijn ook vrijdag vertrokken en stonden vannacht in Dirnbach, wat ze niet zo'n geweldige ervaring vonden. Ze vertrokken om 8u vanochtend -tjee wat vroeg- en zijn al een uurtje hier. Ze bieden me wijn aan, maar dat sla ik verstandigerwijs af. Ze hebben Canondales (dat is een fietsmerk) en mij valt op dat ze geen standaard trekkingbikeremmen hebben, tenminste dat is wat ik vanaf een afstandje vermoed te zien. Later nog even van nabij bekijken, want ik ben nog op zoek naar een ander oplossing voor mijn remmen. Eerst maar eens aanmelden, bier halen, douchen, koken en eten. De keus in bier is hier luxe. Ja dit is Luxe-burg. Ik scoor 2 Leffe-blondes met de belofte dat ik de lege flessen terug breng. Voor de douches krijg ik een chip-pas. Ondanks de goede service -de campingbaas is echt relaxed- de mooie plaatsen en het verzorgde sanitair gebouw, is het toch erg benauwd in de doucheruimten: nauwelijks ventilatie. Wanneer ik terugkom van het douchen moet ik noodgedwongen mijn warme tent in. Er breekt een enorm onweer los. Rond negenen kan ik koken en om 10 uur heb ik gegeten en gedronken. Log is al geschreven: elke nadelige onweersbui heb z'n voordeel. Omdat het zo nat is heb ik een tas in de tent. De logistiek van de tassen is nog niet ideaal en ik vermoed dat ik toch wat teveel spullen bij me heb. Het is krap in de tent: ik ben jaloers op Jos en Ans die een stuk meer ruimte hebben. Na de vakantie een 2-persoons trekkerstentje kopen. Met het glimlachopwekkende idee dat ik morgen Frankrijk binnen fiets en nog iets meer op vakantie ben, val ik tevreden in slaap.
![]() | ![]() |



Geen opmerkingen:
Een reactie posten