zondag 2 juli 2006

Heuvels!

Dag 3  |  Etappe 3  |  Royompré  |  71,4 km  |  286,8 km


etappe_3Vooruit

Ik slaap vandaag uit. Moe van gisteren, zin om wat langer te blijven liggen en nog geen haast om mijn route echt te beginnen. De eerste 2 dagen waren natuurlijk nog luxe en vanaf nu start ook het kamperen. Ik zie er nog wat tegenop en stel het maar wat uit. Rond 8 uur sta ik toch maar op en douche me. Het is al gauw weer erg benauwd in het huis van mijn moeder. Ik zet wat ramen en deuren open maar het helpt niet veel. We ontbijten samen en kletsen nog wat. Rond tienen begin ik dan maar met het weer inpakken van mijn spullen. Ik kruip nog even achter m'n moeders PC om mijn blog bij te werken. Ik heb niet in de gaten dat de klok op de PC een half uur achter loopt en voor ik het weet is de eerste helft van de dag weer om: 12 uur. Tijd om op te zadelen en weg te wezen. Om 12.45u ben ik op weg naar Vaals op de mij zo bekende route: Heksenberg over en dan via het CBS gebouw richting Stadsschouwburg. Daarna bergaf naar Voerendaal en linksaf richting Simpelveld. Het is vandaag nog heter dan gisteren. Dertig+ houd ik het maar op (later blijkt dat het 36 graden was). Tussen Ubachsberg en Huls heb ik een prachtig uitzicht over Heerlen.

Heerlen

Ik heb nu de eerste klimmetjes achter de rug en met deze temperatuur valt het niet mee. Naar Huls toe rijd ik in het wiel van 2 zondagsfietsers, aardige mensen en ik mag ze inhalen. Ik ben lui, heb de 145km van gisteren nog in de benen en blijf liever even bumperkleven. Het laatste steile stukje ga ik staan en geef wat extra om sneller (duh) boven te zijn. Meteen weer afdalen, hmm waar heb ik net zo voor zitten zwoegen??? In Simpelveld nog even wat foto's en dan via Baneheide en bij Nijswiller linksaf de lange klim naar Vaals. Hier zie ik echt af: geen schaduw, brandende zon en razend verkeer. Ook op het fietspad is het druk met scootertjes die net langs mijn zwaarbeladen fiets knetteren. Bij de afslag naar Camerig overweeg ik een overnachting op de Rozenhof, ik ben voor vandaag eigenlijk wel klaar met fietsen. Het blijft bij overwegen, op die manier blijft de Middelandse Zee wel erg verwijderd.

Simpelveld

Ergens halverwege haak ik aan bij een Opa die op z'n dooie (bijna) gemak naar boven kruipt. Ik blijf in z'n wiel en geniet van het trage tempo. In het begin van de klim naar het 3-landenpunt pauzeer ik en lunch met de restanten van de pastamaaltijd van gisteravond. Dit smaakt erg goed en helaas is het maar een beetje. Ik stap op met hernieuwde energie. Naar boven toe fiets ik twee jochies van 16 op renfietsen er uit. Ik passeer een stoet sherpa's, rowans of hoe heten die akela's allemaal ook, en word vermaakt: "meneer, meneer, ik hou me aan uw bagagedrager vast hè". Het zangerige accent maakt dat mijn ademhaling even versnelt voor een "haha" moment. De klim naar boven maak ik niet af, ik neem de afslag naar België en merk al gauw dat ik weer in het buitenland ben. Het ziet er hier echter veel beter uit dan ik verwachtte en ik me herinner van jaren geleden. Gemmenich doet haast Nederlands aan. Nette straatjes met klinkertjes, mooie tuintjes. Het grenstoerisme en de grensmigratie heeft hier een positief effect.

Net voorbij Aubel zal ik de route -De Groene Weg naar de Middelandse Zee: de Route du Soleil voor de fietser- oppikken. Eerst maar eens zover komen. Het afzien is eigenlijk nu pas echt begonnen. De heuvels worden talrijker, steiler en langer. Dit is de aanloop naar de Ardennen. Ik heb nu overal pijn: -knie, ik probeer mijn voet anders in de toeclip te houden, -knieholte, ik stop even om er wat zonnebrand op te smeren, -bovenbeen, ik sla en wrijf maar de pijn wordt slechts een beetje minder, en het ergste: -liesstreek, ik vermoed rauw en/of gescheurd vlees, ik hoop morgen wel te kunnen fietsen. Om vier uur ben ik in Aubel. Er staat 40 km op de teller. Dit is ontmoedigend, ik zwoeg me kapot maar schiet maar heel langzaam op. Volgens mij had ik de keiharde wind - in Heerlen City werd ik zowat teruggeblazen- nog niet genoemd. 's Avonds in de tent na een douche, een maaltijd en een biertje zijn de ergste ontberingen het eerst vergeten.

In Aubel ga ik eerst maar eens op het terras zitten. 2 Cola'tjes verder begint de moed iets terug te komen. Ik bekijk voor de duizendste keer het routeboek maar kan niet beslissen tot waar ik vandaag ga komen. Het is nog wel vroeg maar na de monsterrit van gisteren wil ik bijtijds stoppen. Na het vullen van mijn bidons rijd ik een rondje door Aubel. Het is niet groot maar blijkbaar redelijk toeristisch gezien het aantal uitspanningen. Wat ik zoek is er niet: een hotel. Inderdaad de moraal is zover beneden peil dat ik een echt bed zoek met volledige verzorging. In het avondeten heb ik zelf niet voorzien en hier is er op dat gebied genoeg voorhanden, echter nu nog te vroeg.

Ik passeer nogmaals het pleintje met de terrassen en vervolg mijn weg. Even verderop ben ik op de Groene Weg, een fijn moment: nu ben ik echt "en route". Ik rijd langs Froidthier waar een Gite is. Waarom weet ik niet maar ik rijd door. Het is nog niet de tijd, ik heb geen zin om 1 km van de route af te wijken nu ik er net op zit. Ik vermoed nog betere oorden verderop. Inmiddels ben ik behoorlijk over mijn tax en in de modus: ik fiets maar door en zie het wel weer. Ik heb geen plan, mijn blik is vernauwd, ik ben moe, dorstig en heb het warm. Dit is het moment waarop ik me serieus afvraag of dit leuk moet zijn en zo ja waar ik dan kan reclameren. Nu baal ik alleen maar, het fietsen zelf is het enige dat me in beweging houdt. Daaraan vasthouden is voor nu nog voldoende. Hoe lang nog? Ik heb geen idee, maar ik ben bang dat wanneer ik nu stop dat dat misschien wel voorgoed is.

Clermont

In Clermont -volgens het routeboek een "Schilderachtige miniatuurstad", ik zie er niets van- scheld ik op de kasseien die er liggen. Stuiterend kom ik aan het eind van het dorp op een splitsing tot stilstand. Dit is het moment dat ik eerder vreesde. Ik kijk in mijn routeboek maar kan niet bepalen welke kant ik nu op moet. Zelf heb ik de puf niet meer om een beslissing te nemen. Ik wil nog wel fietsen maar niet meer denken. Moedeloos blijf ik over mijn stuur gebogen staan. Natuurlijk op de enige plek in de straat waar geen schaduw is. In de volle zon berust ik voor nu in mijn lot, ik ben gestrand. Tenminste zo voelt het. Ik wacht af tot ik weer de energie heb om verder te gaan. Voor en rechts van mij gaat de weg omhoog, steil. Achter mij gaat het naar beneden, maar daar kom ik vandaan. Terugrijden is niet mijn ding. Ik wacht.

"Wagajenatoe" klinkt het vaag ergens ver weg. Ik draai mijn hoofd maar zie niets in de schaduw rechts van mij, het contrast met de felle zon is te groot. "Waar ga je naar toe" hoor ik nu duidelijker. Mijn gehoor stelt zich weer in op menselijk contact. Aan de overkant schuin rechts achter mij ontwaar ik op zo'n 25 meter een gestalte. De man komt op mij afgelopen. Als hij binnen mijn spreek-gehoorsafstand is zeg ik: "naar de Middelandse Zee, maar het wil nog niet echt lukken". Hij lacht. Ik bekijk de man, puf om te praten heb ik niet. Hij is langer dan ik, heeft iets van een zakdoek op zijn hoofd dat zo te raden kaal is, een bril op en een brede glimlach op zijn gezicht. Hij maakt op mij een hoekige en niet sportieve indruk. Achter hem ontwaar ik zijn fiets: Ortlieb tassen in de kleur blauw, een modern dubbel-bar stuur en een stuurtas. Ongeveer de uitrusting die ik bij me heb.

We raken aan de praat en na 5 minuten bemerkt hij dat het toch wel warm is zo in de felle zon. Of we niet even naar de overkant kunnen om in de schaduw verder te praten. Dat doen we. Een kwartiertje verder weet ik dat hij Pieter heet, naar Biarritz gaat, daar z'n zoon en ex ontmoet en met hen nog vakantie viert aan zee en daarna een lift (!) naar huis krijgt. We besluiten vandaag samen verder te fietsen. Ik merk op dat ik nog iets voor het eten moet regelen en dat ik overweeg een hotel of gite te nemen. Verwonderd vraagt hij:"Je gaat toch wel kamperen?". Ik zie wel. We stappen op en kiezen maar een weg van de splitsing.

In Limbourg bediscussieren we het vervolg. We hebben verschillende routeboeken met verschillende detail informatie. In Baelen zou een camping zijn en daar wil ik wel naar toe, ook al is het van de route af. In Pieter's boek staat aangegeven hoe te komen bij de camping. We rijden verder over zijn route die net even korter, maar wel zwaarder is. Door Limbourg naar boven moet ik uit het zadel om te voorkomen dat ik moet gaan lopen. Zolang ik een fiets bij mij heb ben ik niet van plan om te gaan lopen. We rijden richting Foyir en algauw heb ik door dat we helemaal de camping in Baelen niet gaan bereiken. Die ligt nu al 5 km achter ons. Bij de kruising met de N672 bepalen we ons nieuwe plan: de camping in Jalhay. Voor Pieter is dit niet op zijn route maar hij wil toch wel samen verder. In Jalhay aangekomen plunderen we de kiosk van de lokale benzinepomp: sportdrank, snickers, water.

Er zijn 2 campings. 1 bergop en 1 bergaf. We kiezen de laatste. Na wat snel daalwerk zien we na 5 minuten een veldje aan de oever van de Hogne met aftandse caravans, een huisje en een klein sanitair gebouwtje, tenten zijn er geen. Hmm een primitieve camping. We melden ons aan in het huisje. Een oude man wijst ons een plaatsje aan. We installeren ons gauw en onderwijl kletsen we verder. Pieter haalt zijn gedroogde maaltijden tevoorschijn en samen kiezen we het diner voor de avond. Ik haal wat bier en we genieten van het eten en drinken. Daarna nog douchen en vroeg naar bed. Ik ben uitgeput maar ook voldaan over de afloop van deze dag. Wonderlijk dat juist op het moment dat ik het het meest nodig had, zelf amper nog opties zag of kon creeeren, spontaan steun krijg. Tevreden val ik in slaap: ik ben op weg.

TerugVooruit

Geen opmerkingen: