Dag 25 | Etappe 23 | Hauterives | 98,0km | 1907,5km
![]() | ![]() |
Ondanks de wind en de drukte van de mensen in de Quecha-2-seconden-klaar tentjes naast me gisteravond, heb ik prima geslapen. Nee misschien wel dankzij die twee aspecten. De wind, omdat je universum daarvan een stuk kleiner wordt: de krekels (nee het zijn geen krekels, maar wij noemen ze zo: het zijn'cigales') zijn dan niet meer te horen. En de gezelligheid van een groepje tot laat dat je doet beseffen dat je deel uit maakt van deze wereld en alle mensen daarop, en ook al lig je lekker in je slaapzakje, dan nog doe je mee en hoor je erbij. En van dat fijne gevoel word ik wakker in een frisse wereld met fel zonlicht. Ik ben nog steeds in Saou en adem de heerlijke berglucht in. Ik ben al vroeg op pad, vind een bakker in het dorp en een garage die mijn band wil bijpompen: "heb je een grote of een kleine?", knipoogt de eigenaar mij ondeugend toe. 4,5 bar verordonneer ik, hij weigert: "meer dan vier is echt onverantwoord". Tja, ze fietsen dan wel nooit, ze weten er echt alles van!

Rond negen uur fiets ik de grote weg op, richting Crest. Slechts een klim van 7 kilometer en het is voorbij voordat ik er erg in heb, zo makkelijk rijd ik omhoog hier in alle vroegte. Ik hoef boven ook niet te stoppen om bij te komen, pas in de pas pauzeer ik even, omdat het zo'n mooi plaatje is. Er lopen drie mensen voorbij en ik heb een bijzondere ervaring, van een vrouw die zeer overdreven mij haar hand toont met daarop een reuzenlibel. Ik wil het dier liever niet te dicht bij me hebben en deins wat naar achteren. Met een grote glimlach die mij voorkomt alsof ze in een ander universum verkeert dan ik doet ze nog een stapje nader tot me. Ik roep snel: "oh wat mooi" en ze loopt weer verder. Wanneer ze de bocht voorbij zijn en uit het zicht vraag ik me nog minutenlang af wat ik nu gezien heb. Mystiek, surrealistisch, on-aards, spiritueel: termen die door mijn hoofd schieten bij het proberen te benoemen van wat ik net zag. Ik aarzel om weer op mijn fiets te stappen, bang als ik ben dat ik ze op mijn weg naar beneden niet meer zal passeren, omdat ze er net niet 'echt' waren. Dat ik dit allemaal gedroomd of bedacht heb. De betovering is verbroken wanneer ik ze op snelheid passeer, de vrouw met de libelle loopt op het midden van de weg, half dansend met het dier op haar hand. Voorbij hen begint de harde realiteit van het afdalen op snelheid weer.

In Crest doe ik de Intermarche aan. Tot mijn verbazing stapt, wanneer ik mijn fiets parkeer, de grijze mevrouw op het oude franse sportfietsje met het rieten boodschappenmandje, net buiten. Ik zag haar in Saou wegfietsen toen ik daar bij de bakker mijn broodjes scoorde. Ze gaat nu alweer op de weg terug. Bij haar geen spoor van vermoeienis, het verschil tussen incidenteel een bergje op fietsen (de vakantiefietser) en dagelijks. Hoe relatief is het toch allemaal?
Na Crest volgt de behoorlijk stijgende en dalende weg naar Chabeuil, de warmte en vochtigheid zijn toegenomen en de frisheid van het eerste uur is alweer verdwenen. Zo gaat het nu altijd. Je denkt hè wat lekker, zo bij die frisheid fietsen en wanneer je er nog eens over nadenkt is het al voorbij. In Romans sur Isere ga ik -ik ben er nu toch- op zoek naar de Swatchstore. Na een uur en 2 bezoeken aan het VVV heb ik die nog niet gevonden en geef ik het op (!). Vandaag heb ik een afspraak en daar ga ik me nu op richten. Al een week of twee heb ik sms contact met Christel, een collega, om eventueel ergens in Frankrijk af te spreken. Zij fietst met haar vriend Arthur naar Rome. En onze routes in Frankrijk kruisen. Gisteren hadden we met elkaar al afgestemd dat het er vandaag van zou kunnen komen. In een barretje op de weg Romans uit, daar waar ik eerder ook met de twee vlaamse dames zat, sms ik mijn voorkeur voor Hautes Rives door. Voor mij nog 35 kilometer, voor hen nog een stukje nu. Ik reken op zes uur als E.T.A. nog 2 uur te gaan.
Naar St. Donat gaat het redelijk vlot, ik pauzeer en eet nog eens wat en neem dan de stevige klim naar Bathernay, waar ik op de heenweg een beetje waterloo gevoelens had. Nu niets van dat alles, het gaat soepel en vlot omhoog. Het vooruitzicht van de meeting geeft me vleugels. Ik verheug me erop om na al die weken 'eenzaamheid' een bekend iemand te treffen. En het lijkt me leuk om haar vriend te ontmoeten, over wie ik al wat verhalen hoorde en wiens blog ik al volgde. Spannend! In Bathernay neem ik nog even een 'afscheid van de bergen' foto en daal dan af naar het dal van La Galaure, het riviertje stroomt vlak langs de camping. Aan de oever ervan lunchte ik op de heenweg uitgebreid. Ik zoef het bruggetje over en knal rechts de camping op. Hé, op de heenweg eigenlijk niets van gezien, behalve het bordje en de grote heg die het terrein omheint. En het is groter dan ik verwachtte, er is zelfs een zwembad! Bij de receptie blijkt dat C&A er al zijn, ik mag bij hen op de plek zegt de campingbaas en dat scheelt weer een paar euro, goedkoper dan hier stond ik nergens, met dank aan mijn 'soon to be' fietsvrienden.

Met grote glimlachen ontmoeten we elkaar, Christel en ik. Arthur is even onderweg naar de super voor welkomstbier, ze heeft hem net op pad gestuurd vanwege mijn aangekondigde aankomsttijd, het is even na zessen. Als mijn spullen naast de fiets liggen komt hij er net aan. We drinken en klinken, en praten aan één stuk door. Dan wordt het tijd om toch eens wat te gaan eten, na wat discussie mikken we op de italiaan die Arthur even verder heeft gespot. Maar eerst mag ik nog even mijn tent in orde maken. Het is de goden verzoeken om dat uit te stellen tot na het restaurant bezoek. Dan is het zeker donker. En als ik ergens een hekel aan heb...
Ook bij de italiaan aan tafel vlot het gesprek in sneltreinvaart voorbij, zoveel hebben we uit te wisselen, te vragen, te weten, te vergelijken, te verbazen, te lachen, uit te dagen. "Oh, deed je de Mont-Ventoux?", vraagt Arthur mij met stijgende intonatie, een fonkeling in zijn ogen en een vraagfronsend gezicht gewend naar Christel. "Misschien dat wij dan ook..." voegt hij er voor Christel aan toe. Ik wil alles weten van hun route tot hier, hoe ze de weg vonden, hoe Christel het verteert dat fietsen, of het zwaar was, en hoe het weer: heet natuurlijk. Arthur verhaalt over zijn eerdere fietsavonturen. En Christel benadrukt nogmaals zijn 'mister grammenjager' mentaliteit, die schraal afsteekt bij mijn 'ik ga op expeditie en neem mee' overvol bepakte fiets. Arthur kan het niet nalaten om daar toch een paar keer smaalgrijnzend op terug te komen. Het eten, de wijn, de lange hete fietsdag, het intense gepsrek - dat zeker voor mij een nieuwe luxe is - zorgen ervoor dat we redelijk snel aan onze tax zitten. Moe, voldaan, toch uitgelaten en een beetje bedwelmd verlaten we tegen twaalven het restaurant. We zijn, op Arthur's aandringen, toch op de fiets. Al is het maar zo'n 500 meter, op dit moment zijn we er alledrie blij mee, anders was het terugwaggelen geworden. Nu lijkt het meer op een exercitie in 'sur place' met geringe voorwaartse snelheid.
Maar we zijn sneller terug dan verwacht. Om te voorkomen dat we van de camping worden gesmeten vanwege nachtelijk lawijt, besluiten we maar meteen te gaan slapen. En eigenlijk hadden we ook niets meer om te drinken. 's Ochtends heb ik het gevoel dat ik de hele nacht met een glimlach op heb geslapen. Ik voel me prima, ondanks een lichte kater. En voor ik het weet zit ik buiten mijn tent, ongewassen, ongeschoren en in nachtgewaad - het t-shirt waar ik gisteren mee naar bed ging - met Christel uitgebreid door te kletsen. Arthur is al snel op pad om te zorgen voor een geschoren hoofd, koffie, en ontbijt. Pas tegen twaalven zijn we allemaal genoeg in actie die er op lijkt dat we vandaag ook weer gaan fietsen. Met een "wat jammer dat we niet een dagje samen kunnen fietsen" nemen we tegen enen afscheid.
![]() | ![]() |



2 opmerkingen:
Dag Rob, na ruim twee jaar eindelijk toegekomen aan deze gedenkwaardige avond in Hauterives, in de schaduw van het Palais Ideal. Leuk om terug te lezen, ik herinner me inderdaad ook de warmte en de vrolijkheid en het gewoon niet weten wáár je moet beginnen met vertellen, zoveel viel er uit te wisselen. Voor de geschiedschrijving: de pizzeria heette Roma, en dat vonden C. en ik als Rome-gangers heel toepasselijk. Trof een paar fraaie neologismen in je verhaal (vraagfronsend, smaalgrijnzend) en zelfs één heus nieuw woord, dat ik nog niet kende: lawijt. Verder een mooie passage over die vrouw met de libelle. Je verslag was het wachten waard! Groet, Arthur
Dank voor je reactie, ik heb er lang tegen lopen aanhikken, het verslag van deze dag, en nog vind ik dat het gevoel er niet helemaal op staat. Je reactie doet er wat bij, dank daarvoor.
Lawijt: lawaai. Een toch al wat langer bestaand woord in de vlaamse taalgemeenschap.
Inderdaad Roma, dat detail ben ik vergeten op te nemen. Merk dat ik het schrijven over die tocht langzaam moe ben, dat ik minder diep in het verhaal ga en dat ik vooral mijn gevoel wat op afstand houd. Er broeit iets maar het wil niet aan de oppervlakte komen. En er is weer veel actueler nieuws te melden... Maar goed, dit wil ik een keer afmaken, dan maar eerst. Neologismen? Toen ik ze noteerde kwamen ze me al erg bekend voor.
Een reactie posten